‘To adapt or not to adapt’
Het is een veel toegepaste methode om opfokgelten in een bepaalde fase in contact te brengen met materialen, bijvoorbeeld jute zakken uit de kraamstal, om ze daarmee te adapteren. Het doel is om de gelten met een goede bescherming tegen de bedrijfskiemen in de zeugenpopulatie te brengen.
De theorie van adaptatie is zeer robuust. Door gelten na vaccinatie tijdig in contact te brengen met deze bedrijfskiemen, zullen de dieren dezelfde kiemen bij introductie in de drachtstal niet meer uitscheiden.
Voor mycoplasma staat beschreven dat een gelt na infectie nog 240 dagen besmettelijk kan zijn, voor PRRS is deze periode over het algemeen korter, maar ook daar kan virus 210 dagen na infectie nog in bloed aangetoond worden. Dat maakt een solide adaptatieplan uitdagend, gelten worden immers rond de acht maanden geïnsemineerd.
We zullen dus zeer vroeg moeten adapteren voor mycoplasma om gelten voldoende tijd te geven voor de bekende ‘coolingdown’-periode. In de praktijk houdt men veelal een minimum van twaalf weken aan.
Dat is theoretisch goed onderbouwd en wordt in de praktijk veel uitgevoerd. Een succesvolle adaptatie zorgt ervoor dat (materiaal van) uitscheidende dieren in contact komt met de te adapteren dieren. Daar ligt echter een van de grootste uitdagingen, zeker voor mycoplasma.
Succes overlaten aan het toeval
Praktijken waarbij door mycoplasma aangetast longweefsel wordt verneveld bij de opfokgelten, zijn in Nederland (terecht) niet toegestaan. Adaptatie met materialen, of het in contact brengen met slachtzeugen, is het succes van de adaptatie overlaten aan het toeval, zeker voor mycoplasma. Hoewel we dit misschien liever gecontroleerd uitvoeren, is het voor veel ziektekiemen de enige optie.
Toch kom ik in de praktijk ook bedrijven tegen waar bewust niet geadapteerd wordt. Bedrijven die SPF-gelten aanvoeren en via vaccinatie de bescherming op peil brengen. De filosofie daarbij is om de gezondheid van de zeugenstapel van onderuit stapje voor stapje te verbeteren.
Naarmate zeugen ouder worden, zal de uitscheiding van de bekende ziektekiemen afnemen, zo is de theorie. Door steeds meer SPF-gelten toe te voegen, zal het percentage geïnfecteerde zeugen geleidelijk dalen, waarmee mogelijk ook steeds minder uitscheidende zeugen in de groep aanwezig zullen zijn.
Scherpe controles en tijdig ingrijpen
Bij deze strategie bestaat het risico dat we geleidelijk een groeiende groep vatbare dieren creëren, die gevoelig zijn voor een uitbraak. Het vereist een zeer strak georganiseerd management en een goede vaccinatiestrategie, met scherpe controles en tijdig ingrijpen bij signalen van onrust.
‘To adapt or not to adapt’ is een managementbeslissing. Kies samen met uw dierenarts een pad dat past bij uw bedrijf. Het succes is niet alleen afhankelijk van de methode, maar veel meer nog van een correcte uitvoering met bijbehorende monitoring.
Twan van Berlo
Varkensarts bij Zoetis
MM-48043
Bekijk meer over:
Lees ook
Meest gelezen
Blogs
Bedrijf in Beeld
Partners


