Biologisch varkenshouden in Wintelre: ruimte, stro en rust als basis
Wie biologische varkens houdt, staat dichter bij de natuur. Dat merkt ook Henri van de Ven, biologisch varkenshouder in het Noord-Brabantse Wintelre. ‘Als biologisch varkenshouder krijg ik weer mee wat het weer is. Toen we nog gangbaar boerden, merkte ik daar weinig van’, vertelt hij.
De boerderij in Wintelre, die al generaties in de familie is, maakte ooit de overstap van een gemengd bedrijf naar een gespecialiseerde varkenshouderij. Sinds enkele jaren gebeurt dat op biologische basis.
Op het bedrijf hebben de varkens de vrijheid om zelf te bepalen of ze binnen of buiten verblijven. Op een koude, natte en winderige dag kiezen de dieren meestal voor het comfort van binnen. Volgens Van de Ven is het vooral de wind die de dieren binnenhoudt.
Stalaanpassingen
Bij de omschakeling naar biologisch boeren zijn alle kraamstallen aangepast aan de geldende eisen. Zo kregen ze een uitloop naar buiten. In eerste instantie hingen er plastic flappen voor de openingen, maar dat bleek niet ideaal. ‘Als het dan waait, zorgt de wind ervoor dat die wapperen en ontstaat tocht bij de dieren in de hokken’, legt Van de Ven uit.
Daarom is een deel van de kraamstallen nu voorzien van een vaste deur met een luikje waar de biggen doorheen kunnen. De zeugen openen de deur zelf door met hun snuit een plaatje omhoog te duwen. Het is de bedoeling dat uiteindelijk alle kraamafdelingen op deze manier worden ingericht.
Natuurlijke ventilatie
De stallen worden natuurlijk geventileerd. Dat systeem voldoet volgens Van de Ven onder vrijwel alle weersomstandigheden. In de winter is het binnen slechts enkele graden warmer dan buiten, maar dat vormt geen probleem voor de dieren. ‘Ze zijn vanaf de geboorte gewend aan temperatuurschommelingen.’
Dat de varkens zich goed voelen, blijkt ook uit hun gedrag. Op het bedrijf zijn krulstaarten de norm. Alleen enkele oudere zeugen hebben nog een korte staart; zij waren al aanwezig voordat het bedrijf in 2024 volledig biologisch werd. Staartbijten komt nauwelijks voor. In de afgelopen jaren deed zich slechts één keer bijterij voor binnen een toom. De boosdoener was snel gevonden en verwijderd.
TN50 versus TN70
Bij de overstap kreeg Van de Ven het advies om te kiezen voor de TN50-zeug in plaats van de TN70, vanwege het rustigere karakter. Zelf merkt hij weinig verschil tussen beide lijnen.
Biologisch werken heeft ook nadelen. Het uitmesten van de kraamhokken kost veel tijd en is fysiek zwaar. Daarnaast vraagt het los laten lopen van de zeugen extra alertheid. Van de Ven ziet dat er meer doodliggers zijn dan in de tijd dat de dieren gangbaar werden gehouden. ‘En het is nu veel meer opletten.’
Lees het hele verhaal op nieuweoogst.nl
Bekijk meer over:
Lees ook
Meest gelezen
Blogs
Bedrijf in Beeld
Partners
Stelling
Nieuws van NieuweOogst.nl


