Op+naar+een+gezonde%2C+concurrerende+en+maatschappelijk+gewaardeerde+sector
Nieuws
©

Koos Groenewold

Op naar een gezonde, concurrerende en maatschappelijk gewaardeerde sector

Het tweede actieplan van de Coalitie Vitale Varkenshouderij behelst acties in de periode 2026 tot en met 2029. Deze zijn ambitieus en gericht op een duurzame, innovatieve en maatschappelijk gewaardeerde sector richting 2040. Prioriteit ligt bij vergunningverlening vlot trekken en doelsturing in de praktijk krijgen. Dan ontwikkelt zich een diversiteit aan bedrijfsmodellen, verbetert de marktpositie en wordt de Nederlandse varkenshouderij als geheel weerbaarder.

Varkenshouders zijn dagelijks bezig met de zorg voor hun dieren en het draaiende houden van hun bedrijf. Terecht, maar als ondernemer moet je ook bezig zijn met de toekomst. De Coalitie Vitale Varkenshouderij (CoViVa) zet zich sinds 2016 in om de sector perspectief te bieden voor de lange termijn. Dit is cruciaal om maatschappelijke doelen en wensen te realiseren; ondernemers doen alleen noodzakelijke investeringen als ze een redelijke mate van zekerheid hebben voor een periode van vijftien tot twintig jaar.

Ook moet bedrijfsontwikkeling en -aanpassing passen bij natuurlijke investeringsritmes. Voor jonge varkenshouders en potentiële opvolgers moeten er gerichte en effectieve financiële stimulansen en vrijstellingen komen om bedrijfsovername mogelijk te maken. Het eerste actieplan van samenwerkende partijen in de Nederlandse varkensvleesketen en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) zit erop. Met een tweede vierjarenplan zet CoViVa de ambitieuze sectorkoers met wat bijstellingen door.

Impuls bedrijfsontwikkeling

Op korte termijn is vergunningverlening vlot trekken een van de prioriteiten van CoViVa. Bedrijfsontwikkeling en innovatie moeten zo snel mogelijk op gang worden gebracht. Daarom zet de coalitie vol in op doelsturing en realtime monitoring op kritische prestatie-indicatoren (KPI’s).

In het sectorbrede project KPI-K (Kringloop) van het ministerie van LVVN en betrokken partijen heeft Wageningen University & Research (WUR) een geharmoniseerde kernset van KPI’s ontwikkeld voor de melkveehouderij en akkerbouw. Deze maken doelsturing mogelijk, zodat boeren afgerekend gaan worden op daadwerkelijke prestaties op hun bedrijfslocaties en niet meer op generieke maatregelen. Voor de varkenshouderij zijn deze sets van KPI’s in ontwikkeling.

CoViVa wil doelsturing in de varkenssector combineren met een robuust forfaitair systeem. Sturen op KPI’s geeft varkenshouders de mogelijkheid om hun vakmanschap en ondernemerschap optimaal te benutten om de doelen voor hun bedrijf te behalen. Dit jaar wordt een specifieke set KPI’s voor de varkenshouderij gepresenteerd. Niet op elk punt zal een varkensbedrijf een 10 scoren, omdat effecten van verschillende opgaven kunnen botsen. Denk hierbij aan maatregelen op het gebied van emissiereductie en dierenwelzijn. Een integrale aanpak ligt daarom voor de hand.

Dierenwelzijn en diergezondheid

Varkensbedrijven hanteren een hoog niveau van diergezondheid en dierenwelzijn en monitoren dat richting 2040. Varkenshouders hebben gezonde varkens en het gebruik van antibiotica en andere antimicrobiële en antiparasitaire middelen is verantwoord. Om dat klaar te spelen, maken ze gebruik van monitoringtechnologieën en diagnostische tools om zieke dieren vroegtijdig op te sporen en snel te kunnen handelen.

Sleutelpositie voor vleesverwerkers in 2040
Nederlandse slachterijen zijn in 2040 transparante, duurzame en innovatieve bedrijven. Ze zijn maximaal geautomatiseerd, gemechaniseerd en gerobotiseerd en de optimalisatie van de processen gebeurt op basis van realtime data. Hightech slachterijen opereren midden in de samenleving en zijn van strategisch belang voor de voedselzekerheid. Als verbindende schakel zorgen ze voor een vraaggestuurde productie van duurzame dierlijke eiwitten en een optimale vierkantsverwaarding. Vleesverwerkers borgen wereldwijd markttoegang door te voldoen aan de hoogste internationale standaarden voor voedselveiligheid, dierenwelzijn en kwaliteit. De keten is daardoor in staat voortdurend te investeren in verbetering.

Ook voldoen bedrijven aan het Convenant dierwaardige veehouderij. Dit vergt ruime, comfortabele, functioneel ingedeelde en brandveilige stallen die zijn uitgerust met goede ventilatie, natuurlijk licht en voldoende hokverrijking. De varkens zijn gezond en kunnen met hun krulstaart in hun behoeften voorzien. De benodigde randvoorwaarden zijn ingevuld door de overheid en marktpartijen en ondernemers investeren.

De varkensketen ontwikkelt zich tot een datagedreven sector. Holland Varken Quality is de basiskwaliteit voor in Nederland geproduceerd varkensvlees. In 2027 zal dat ketenkwaliteitssysteem de standaard zijn. De kwaliteitsborging gebeurt met betrouwbare data en moet tussen ketenpartijen worden uitgewisseld. Eigenaarschap van data wil CoViVa regelen via een effectieve data-infrastructuur.

Extra eisen die een keten stelt bovenop Holland Varken, bijvoorbeeld op het gebied van CO2-voetafdruk of dierenwelzijn, worden betaald door de markt. De varkenshouder heeft in ‘zijn’ keten een eerlijke positie en zeggenschap op het gebied van standaarden en prijs.

Markt en economie

De markt is in de visie van CoViVa sturend. De productie wordt afgestemd op de vraag. De Nederlandse varkenshouderij is toonaangevend in Noordwest-Europa. Dat is ook de thuismarkt voor de consumenten van het vlees van Holland Varken. Het ondernemerschap bij varkenshouders maakt dat er flexibel wordt ingespeeld op de steeds veranderende marktvraag. Daardoor ontwikkelt zich een sector die divers is in omvang en bedrijfsvormen.

De varkenshouder heeft een sterke positie in de keten en medezeggenschap over duurzaamheidseisen en prijsvorming. Kosten die niet worden vergoed binnen de keten, worden op andere manieren gefinancierd, zoals door investeringssubsidies en middelen voor maatschappelijke diensten.

Wensbeeld varkensbedrijf 2040

Varkensbedrijven in Nederland zijn over vijftien jaar maatschappelijk gewaardeerd om hun kwalitatief hoogwaardig (voedsel)veilig en voedzaam varkensvlees. Dat is voldoende beschikbaar en betaalbaar voor iedereen. Het landschap van varkensbedrijven is divers in omvang en bedrijfsvormen. Ze zitten op gunstige locaties en produceren vraaggestuurd varkens op basis van een diverse markt. Ze doen dat in transparante en geborgde ketens met een gezond verdienmodel.

Dankzij het omnivore dieet van het varken is het een ideaal kringloopdier. Het heeft een unieke positie bij voedselverspilling tegengaan. Zo’n 90 procent van het varkensrantsoen zal in 2040 bestaan uit grondstoffen die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie. Daarnaast worden acties ontplooid om het aandeel rest- en bijproducten van de humane levensmiddelenindustrie en voormalige voedingsmiddelen op te laten lopen van 36 tot 40 procent in 2030.

Roulerend voorzitterschap
CoViVa heeft per 2026 een roulerend voorzitterschap. Volgens directeur Alfred van Lenthe wordt die rol telkens voor een jaar ingevuld door een van de partijen. De Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie (Nevedi) vult dit jaar het voorzitterschap in. In 2027 is de branchevereniging voor de Nederlandse vleesverwerkende industrie (VleesNL) de kartrekker. Het jaar daarop zal de Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV) het voorzitterschap op zich nemen. Het landbouwministerie, Topigs Norsvin en Rabobank zijn ook partners, maar draaien niet mee in het wisselende voorzitterschap.

Door de inzet van veevoergrondstoffen die lokaal, regionaal of in Europa zijn geteeld, vermindert de afhankelijkheid van derde landen en neemt de klimaatimpact van varkensvlees af. Hierdoor zal de CO2-voetafdruk van varkensvoeders in 2030 minimaal 40 procent lager zijn dan in 2018.

Verlagen klimaatimpact

Hoogwaardige eiwitten efficiënt produceren is in 2040 de norm op varkensbedrijven. Dit betekent met zo min mogelijk voer gezonde varkens hard laten groeien. Dit draagt bij aan een verdere verlaging van de klimaatimpact van varkensvlees. Hightechoplossingen verlagen de emissies van ammoniak, methaan, lachgas, fijnstof en geur. Met sensoren en datamanagementsystemen wordt daar, waar nodig, realtime op gestuurd.

Bronaanpak is voor de varkenshouderij de oplossing om te komen tot lagere emissies. Deze combinatie van stalaanpassingen en een betere mestverwaarding biedt kansen voor de productie van circulaire meststoffen en groen gas via vergisting. Voor de periode tot 2030 wordt ingezet op versneld afvoeren van mest van bestaande bedrijven. Een plan met concrete acties wordt in samenwerking met het regieorgaan ‘Versnellen innovatie emissiereductie duurzame veehouderij’ uitgewerkt en uitgevoerd.

De varkensmest die niet op eigen grond of in samenwerking met akkerbouwers kan worden geplaatst, wordt verwerkt tot hoogwaardige organische meststoffen en energie. In 2040 is de sector producent van groene energie en groene meststoffen en draagt deze bij aan onderhoud van natuur, biodiversiteit en het landschap.

Stelling

Loading

Weer

  • Woensdag
    19° / 3°
    0 %
  • Donderdag
    19° / 7°
    85 %
  • Vrijdag
    13° / 6°
    65 %
Meer weer