Varkensonderwijs: het kip-en-eiverhaal
In het onderwijs is de animo voor het volgen van de opleiding Varkenshouderij gedaald op zowel mbo- als hbo-niveau. Onderwijsinstellingen hebben het aantal locaties waar die vakopleiding gevolgd kan worden teruggebracht. Maar ondanks dat automatisering op bedrijven veel werk uit handen neemt, blijven er ogen, oren en vooral handen nodig in de stallen.
Het aantal varkenshouderijstudenten neemt zowel in het mbo als het hbo af. Enerzijds komt dit doordat het aantal varkensbedrijven daalt en er dus minder interesse is voor de sector. Anderzijds speelt mee dat er steeds minder kinderen geboren worden. Een andere mogelijke oorzaak van de leerlingendaling is het dalende aantal onderwijslocaties waar nog varkenshouderijeducatie wordt gegeven.
Alleen al in Noord-Brabant en Limburg is het aantal opleidingslocaties in de afgelopen 25 jaar drastisch afgenomen. Waar studenten voor een mbo-opleiding Varkenshouderij rond de eeuwwisseling nog terechtkonden op zes locaties, zijn er nu nog maar twee in Zuid-Nederland: het Limburgse Horst en het Brabantse Boxtel. De afname van het aantal locaties heeft grotendeels te maken met de krimp in het aantal studenten. Dit heeft geleid tot fusies van scholen en een verschuiving van het opleidingspallet.
Kostenefficiëntie
Kostenefficiëntie speelt in de onderwijswereld ook een belangrijke rol. Vooral kleinere opleidingen, met meestal kleine klassen, worden te duur en zijn niet meer te bekostigen door een school. Het gevolg is dat steeds minder groene mbo-locaties de optie varkenshouderij aanbieden.
Het verschraalde landschap van opleidingslocaties maakt een varkenshouderijstudie minder aantrekkelijk. En wanneer iemand wel kiest voor deze specialisatie, dan is een consequentie vaak dat verder moet worden gereisd. De meeste startende mbo-studenten hebben nog geen rijbewijs en het reizen met het openbaar vervoer is voor jongeren op het platteland een hele onderneming. Twee keer per schooldag een lange reis maken, maakt de keuze voor de varkenshouderij een stuk minder aantrekkelijk.
Onderzoek van studentenhuisvesting.incijfers.nl toont aan dat het leeuwendeel van de mbo-studenten voor hun studie niet op kamers wil gaan. Slechts één op de vijf leerlingen (19 procent) doet dat. Voor hbo- en wetenschappelijke opleidingen is dat ongeveer de helft (54 procent).
Handen uit de mouwen
De indruk is dat varkenshouderijstudenten nog minder genegen zijn om buitenshuis te gaan wonen tijdens hun mbo-opleiding. Na het volgen van de lessen willen ze meteen naar huis om hun handen uit de mouwen te steken in de varkensstal thuis of bij een varkenshouder in de buurt.
Lees ook: Acht medewerkers uit varkenshouderij ronden praktijkopleiding Kraamstal af
Tevreden leerlingen zijn ambassadeurs. Als jongeren met elkaar praten over hun studie, kan dit helpen om iemand die nog niet zeker weet welke vervolgopleiding hij of zij wil gaan doen geïnteresseerd te krijgen. Of om iemand te helpen een realistisch beeld van de opleiding en carrière te krijgen. Hoe meer ambassadeurs, hoe vaker de naam van de opleiding valt en het jongeren of iemand in hun familie- of vriendenkring triggert.
Hoe vaker een student over een opleiding hoort, hoe meer interesse het zal oproepen. In de psychologie en marketing heet dit het mere-exposure-effect: ons brein heeft de neiging om een voorkeur te ontwikkelen voor dingen, simpelweg omdat we ze vaker hebben gezien of meegemaakt. Een Nederlands spreekwoord dat juist de omgekeerde situatie verwoordt, is ‘Uit het oog, uit het hart’.
En al zullen de varkens niet uit het hart zijn van een startende middelbare scholier, als vrienden kiezen voor een vervolgstudie in de buurt is de kans groter dat ook hij kiest voor een opleiding om de hoek. Het gemak en sociale aspecten spelen daarbij mee.
Familie met varkens
De meerderheid van de studenten die kiezen voor de varkenshouderij komt uit families met varkens. Wanneer het aanbod van de opleiding varkenshouderij op mbo-niveau wordt bekeken, zijn er in Nederland negen onderwijslocaties: één in Limburg en één in Noord-Brabant, terwijl in deze provincies meer dan de helft van de Nederlandse varkensbedrijven is gevestigd.
Een hbo-student varkenshouderij heeft de keuze uit vijf locaties, waarvan één in Noord-Brabant en geen enkele in Limburg. Hoewel een hbo’er bereid is op kamers te gaan, moet daar wel aan te komen zijn. Krapte op de woningmarkt drijft de huurprijs op. Als het te kostbaar is, komt het op en neer reizen naar de onderwijsinstelling om de hoek kijken. Is de dagelijkse reistijd een te zware belasting, dan kan dat ten koste gaan van instroom in de sector.
Om te voldoen aan de vraag naar goed opgeleide medewerkers is het belangrijk om te zorgen voor goed en bereikbaar onderwijs. De vijver waaruit kan worden gevist, bevat steeds minder vissen. Ook dient de geografische ligging van de mbo-opleidingslocaties varkenshouderij tegen het licht te worden gehouden. Nu lijken ze naast de verkeerde vijver te staan.
Van melkvee naar de varkens
Sanne Vis (21) zit in het laatste jaar van de opleiding Vakexpert Veehouderij, met als specialisatie varkenshouderij. De niveau 4-mbo-opleiding volgt ze als bbl’er bij Yuverta. Haar opa had vleesvee. Verder zijn er geen boerenbedrijven in haar familie. Toen ze besloot te gaan voor een carrière tussen de dieren, koos ze voor de melkveehouderij. Na het afronden van haar opleiding bleek deze sector minder goed te passen bij haar wens naar vastigheid. Via via kwam ze bij varkenshouder Luuk Rijnen terecht. Zijn toekomstgerichte bedrijf en visie spraken Vis direct aan.
Bekijk meer over:
Lees ook
Meest gelezen
Blogs



