Vlaamse overheid geeft ruimte en geld voor varkensinnovaties

Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) in Vlaanderen is kartrekker van heel wat projecten. Ook voor de varkenshouderij. Dat bewijst de boordevolle en gevarieerde studiedag VarkensInZicht, waar een korte impressie werd gegeven van de verschillende samenwerkingsprojecten die lopen op het gebied van dierenwelzijn, varkensvoeding en milieu..

Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) in Vlaanderen is kartrekker van heel wat projecten. Ook voor de varkenshouderij. Dat bewijst de boordevolle en gevarieerde studiedag VarkensInZicht, waar een korte impressie werd gegeven van de verschillende samenwerkingsprojecten die lopen op het gebied van dierenwelzijn, varkensvoeding en milieu. De Vlaamse overheid jaagt innovaties in de sector aan met financiële ondersteuning.

Bijna tweehonderd geïnteresseerden waren op donderdag 2 april al vroeg present in het Belgische Merelbeke. Bij de locatie van ILVO Plant vond de studiedag VarkensInZicht plaats. Varkensdeskundigen hadden er zicht op kassen, planten en laboratoriumruimtes in plaats van varkensstallen. De Varkenscampus van het ILVO bevindt zich enkele kilometers verderop.

De Belgische varkenshouderij staat momenteel op een belangrijk punt met de PAS-referentie 2030. Elk Vlaams varkens-, pluimvee- en rundveebedrijf dat vergund was op 23 februari 2022 moet aan het eind van 2030 voldoen aan een uniek stikstofemissieplafond om de vergunning te mogen behouden, trapt Bart Sonck, leider van ILVO Dier, de studiedag af. ‘Daarnaast zijn er veel onzekerheden, zoals de volatiele markten van energie en voer, de toenemende regeldruk, dierenwelzijn en kapitaalintensiviteit. Dit laatste maakt overnemen lastiger.’
Om ruimte te maken voor dialoog met overheid en maatschappij is innoveren in de varkenshouderij volgens hem broodnodig. ‘Varkenshouders willen wel veranderen, mits innovaties praktisch en betaalbaar zijn. De Vlaamse overheid wil financieel ondersteunen; zo kunnen we met de projecten werken aan thema’s voor een duurzame toekomst.’

Biologische beren

Dieronderzoeker Alice van den Broecke belichtte het mogelijk gaan stoppen met castreren in de biologische varkenshouderij. ‘Het weglaten van deze ingreep past bij deze sector en het is gunstiger voor de CO2-voetafdruk’, stelt ze. ‘Maar er zijn zorgen over het berengedrag, de vleeskwaliteit en het probleem van berengeur.’
Onderzoek van het ILVO wijst uit dat gemiddeld 14 procent van de biologische beertjes te veel berengeur bevat. Bij beertjes in de gangbare varkenshouderij ligt dit rond de 2 procent. Er zijn tegelijkertijd biologische bedrijven waar wel 30 procent van de beren te indringend ruikt.
Via voeding is het percentage varkens met berengeur terug te dringen. Beperkt voeren en slecht strooisel geven meer onrust en jagen berengedrag aan. Bij het bedrijf met 30 procent ‘stinkers’ bracht het geven van kuilvoer het percentage terug naar 8. Bij twee biologische varkensbedrijven zijn de voertoevoegingen kastanjetannines en Taintstop Bio getest, maar die bleken vooralsnog geen aantoonbare verschillen op te leveren.
‘Geurdetectie aan de slachtlijn zal niet alleen sluitend moeten zijn. Een te hoog percentage varkens met berengeur is namelijk ongunstig voor de verwaarding van biologisch varkensvlees’, stelt Van den Broecke. ‘Daarnaast is het intramusculaire vetgehalte van het vlees van beren 1,5 procent. Dat is 0,5 procent lager dan bij het vlees van borgen. Dit kwaliteitsverschil blijken consumenten niet te merken, net zo min als het iets hogere vochtverlies bij bereiding van berenvlees. Bij hamburgers of gehakt is dat ook zo en kan maximaal 20 procent vlees met berengeur toegevoegd worden zonder dat een smaakpanel het proeft.’

Rambo-project loopt op zijn eind

Het Vlaams-Nederlandse project Rambo is het werkterrein van onderzoeker Chari Vandenbussche. De einddatum van het driejarige project, dat gericht is op de ‘Reductie van AMmoniak via Brongerichte en flankerende Oplossingen’, is nabij. Zo zijn verschillende voedingsmaatregelen onderzocht op emissies.
‘Belgische varkenshouders zijn het meest geïnteresseerd in voermaatregelen om de uitstoot van ammoniak op hun bedrijf terug te kunnen dringen’, vertelt ze bij de opstelling waarmee ze meetwaaiers kalibreren. ‘Helaas blijken de verschillende voertoepassingen en toevoegmiddelen in de mestputten die wij bij onze Varkenscampus onderzocht hebben, nauwelijks meetbare effecten op te leveren. Mogelijk kunnen andere voermaatregelen wel wat opleveren voor de praktijk.’
Vormen van bronaanpak en dagontmesting zijn onderzocht bij De Hoeve Innovatie. Deze maatregelen verbeteren het stalklimaat en dragen bij aan de gezondheid en het welzijn van de varkens en de mens. Hans Verhoeven, die zorgt voor ontwikkeling en innovatie van projecten bij De Hoeve, ziet ook perspectief voor het organisch aanzuren van mest. ‘Aangezuurde mest verlaagt de stalemissies en wanneer het in een vergister belandt, levert het meer groen gas op. Emissieverlaging op de boerderij betaalt zich op deze manier terug.’
Sophie Goethals lichtte tijdens het evenement het terugdringen van de ammoniakemissie via voeding van vleesvarkens toe. Grofweg 43 procent van het eiwit wordt benut voor spieraanzet, circa 25 procent komt onverteerd in de vaste mest en 32 procent wordt ureum. In het Optevar-project wordt al twee jaar gewerkt aan een optimale eiwit- en aminozuursamenstelling van varkensvoeders. Ook de mogelijkheden om de pH-waarde in urine te verlagen met fermenteerbare koolhydraten of via een lagere kationenbalans zijn onderzocht.
Het ILVO beschikt over zes gaswisselingskamers, waarin vleesvarkens worden gehouden en verschillende voeders zijn getest. Goethals: ‘De literatuur vermeldt dat elke procent minder ruw eiwit in het voer de ammoniakemissie 10 procent verlaagt. Wij meten een fractie meer emissiereductie bij 1 procent minder eiwit en een optimale lysinebalans.’

Interne hitteproductie opgevoerd

Het moderne varken kampt eerder met hittestress dan varkens van jaren geleden. ‘Varkens van nu nemen meer voer op, groeien harder en produceren meer interne warmte die ze ook weer kwijt moeten’, stelt ILVO-onderzoeker Lotte De Prekel van het project Coolpigs.
‘Varkens hebben een relatief geringe longcapaciteit en met maatregelen in de stal of hokuitvoering moet je het verhogen van de ademhalingsfrequentie zien te beperken’, legt De Prekel uit. ‘Lukt dat onvoldoende, dan verandert het varkensgedrag en ontstaat hittestress. De wateropname stijgt, de voeropname zakt, de groei of melkproductie daalt.’
Nevelkoeling is effectief en levert op dierniveau een 2,9 graden Celsius lagere temperatuur op. Bij aanhoudende tropische temperaturen is het raadzaam om met vleesvarkens die normaal 0,8 vierkante meter ter beschikking hebben naar 1 vierkante meter te gaan. Met axiaal ventilatoren de luchtcirculatie in kraamafdelingen bij 25 graden opvoeren, is ook praktisch uitvoerbaar.
‘Maar verstoor het ventilatiepatroon niet door deuren wagenwijd open te zetten of de relatieve luchtvochtigheid te veel op te voeren door de kraamzeugen kletsnat te maken’, benadrukt De Prekel. ‘Druppelkoeling is beter, maar volgens mij vindt een zeug zoiets niet prettig.’

Voerschema drachtige zeugen

De Braziliaanse Rafaella Carnevale doet in het project Conzole onderzoek naar conditiemeting en -sturing van zeugen voor een optimaal leven en een optimale levensproductie. Bij 11 praktijkbedrijven met een vlak voerschema in de dracht en 25 varkensbedrijven met een hoog-laag-hoogschema heeft ze het conditieverloop van de zeugen gevolgd.
Uit de ultrasone metingen van de spek- en spierdikte bleek de opbouw van de vetlaag vergelijkbaar te verlopen. Bij het herstel van de spierdikte was wel een verschil: bij een vlak voerschema komen er minder millimeters spier in de drachtperiode bij. Vanwege de vele mogelijke invloedfactoren trekt Carnevale geen harde conclusies.
Dat deed ze wel na een voerproef in de dracht met 25 procent boven en onder de behoefte en een controlegroep. ‘Extra voer verstrekken tussen dag 35 en 85 geeft meer spek en zwaardere dieren, maar hun spieren zijn niet dikker. Er gaat meer energie naar hun baarmoeder, waardoor biggen bij de geboorte gemiddeld 60 gram zwaarder zijn dan die van de op de behoefte gevoerde zeugen. Op dag 14 in de lactatie zijn de biggen aantoonbaar zwaarder en wegen ze gemiddeld 300 gram meer.’

‘Houden van beren maakt verwaarding van biologisch varkensvlees lastiger’

‘Aanzuren drijfmest is gunstige bronaanpak in combinatie met mestvergisting’

Stelling

Loading

Weer

  • Donderdag
    18° / 8°
    30 %
  • Vrijdag
    19° / 8°
    5 %
  • Zaterdag
    16° / 8°
    50 %
Meer weer