Biggen vrij van PRRS geboren en gespeend; geleverd binnenkort ook?
Processing fluids van pasgeboren biggen zijn negatief voor het PRRS-veldvirus. Bij het spenen testen de op drie dagen leeftijd gevaccineerde biggen eveneens negatief. Door depop-repop van de biggenstal en een grondige reiniging en desinfectie verwacht Ton van Erp ook daar het virus fors te hebben teruggedrongen: ‘Deze unieke kans kwam voorbij’, zegt de zeugenhouder. ‘De gezondheidsbegeleiding van mijn dierenarts, in samenwerking met Zoetis, helpt me prima op weg.’
Vanaf de ruime parkeerplaats en een afsluitbaar tuinhekje kom je bij twee staldeuren van Van Erp Varkens in het Brabantse Sint-Oedenrode. De linker deur leidt naar de hygiënesluis en de stallen, de rechter naar het kantoor waar Ton van Erp duidelijk hoorbaar zaken aan het regelen is. Als hij het gesprek beëindigt, begint hij meteen te praten over allerlei veranderingen die op zijn vermeerderingsbedrijf zijn doorgevoerd.
Enerzijds voor het kunnen produceren van vleesbiggen met één ster van het Beter Leven-keurmerk en anderzijds om de diergezondheid een extra impuls te geven. ‘Ruim anderhalf jaar geleden klopte een naburige vleesvarkenshouder aan om Beter Leven-biggen te kopen, terwijl ik daarvoor niet eens gecertificeerd was’, zegt Van Erp. ‘Dat heeft mij aan het denken gezet. Voor de Nederlandse markt produceren geeft meer toekomstzekerheid, maar ik wilde geen enkele van mijn ruim negenhonderd zeugen inleveren.’
Drachtige zeugenstal zorgpunt
De kraamafdelingen en de stal voor het opfokken van zijn biggen vormden geen obstakel om te gaan voor het Beter Leven-keurmerk. Zijn grootste zorgpunt was de groepshuisvesting van dragende zeugen. Die diercategorie hield hij in voerboxen met uitloop en die moesten in groepen van meer dan twintig dieren komen met een maximale benutting van de totale vloeroppervlakte.
‘Een weekgroep bestaat uit 45 dieren en dan is een standaard voerstation onvoldoende’, licht Van Erp toe. ‘Drie walk-in-boxen met precisievoeding per weekgroep zou het alternatief kunnen zijn. Na in België de rust in zo’n groep zeugen met het walk-in-boxensysteem te hebben gezien, wist ik dat dat het was en besloot ik voor het Beter Leven-keurmerk te gaan.’
Bedrijfsinformatie
Ton van Erp (42) heeft een vermeerderingsbedrijf met ruim 900 zeugen en eigen aanfok in Sint-Oedenrode. Het werk doet hij met zijn vader en twee medewerkers. De Deense zeugen roteert hij met het Noors landras en de eindbeer is een PIC 408 Groei. In 2025 heeft Van Erp zijn bedrijf omgebouwd om te voldoen aan de eisen van het Beter Leven-keurmerk. Tegelijkertijd besloot hij PRRS aan te pakken. Zo is hij zijn biggen op drie dagen leeftijd gaan vaccineren en heeft hij depop-repop in de biggenstal toegepast. Nu loopt het soepel; tomen blijven uniform en het is elke dag weer een plezier om met gezonde dieren te werken.
Van Erp zette de slijptol in de voerboxen bij de dragende zeugen en creëerde groepshokken. In korte tijd kon Tecom de zelfsluitende boxen met het precisievoersysteem leveren en installeren. Ook werden de zeugen en gelten voorzien van een oormerk met transponder, zodat ze in de walk-in-box hun afgewogen voerportie op kunnen nemen. Elke minuut valt 150 gram voer in de trog en wordt automatisch wat water toegevoegd.
‘Natuurlijk was de nieuwe manier van groepshuisvesting en voersysteem wennen voor de dieren en mij’, vertelt hij. ‘Nu kunnen we zonder problemen zeugen en gelten in elke weekgroep bijeenhouden. Nooit eerder was het zo rustig in mijn dragende zeugenstal.’
Bedrijfseigen stam
Maar wat hem al jaren kopzorgen baarde, was de constante druk van het PRRS-virus. Ondanks dat hij al ruim vijftien jaar zijn eigen zeugen via rotatiekruising aanfokt, bleef het virus zijn tol eisen in de biggenopfok. ‘We speenden goede biggen die op drie weken leeftijd tegen PRRS werden gevaccineerd, maar twee weken na het spenen begon er vaak wat te spelen’, herinnert hij zich. ‘PRRS bleek in het spel te zijn en sequencing wees steeds uit dat het om een variant van de bedrijfseigen PRRS-stam ging.’
Hoorndol werd hij van het steeds opflakkeren van PRRS. ‘Het is niet prettig werken als je constant vuurtjes moet blussen één op de twintig biggen uitvalt en de uniformiteit van de koppel uiteenloopt.’ Daarom probeerde hij andere eindberen, maar dat leverde niets op. Hij wisselde zelfs van dierenartsenpraktijk om iemand met een frisse blik op diergezondheid binnen te halen. Zijn dierenarts van DAP De Grensstreek schakelde varkensdierenarts Aart van Dam van Zoetis in.
‘Ik had goede ervaringen met biggen op drie dagen na hun geboorte vaccineren tegen PRRS’, zegt Van Erp. ‘Hun PRRS-vaccin wilde ik koste wat kost weer inzetten. In het voorjaar van 2025 zijn we gestart met de zeugen en gelten vier keer per jaar voor de voet weg enten met het vaccin van Zoetis. Hiermee zijn we ook de biggen op dag drie na de geboorte gaan enten.’
Structuur in PRRS-aanpak
Na een rondgang op zijn zeugenbedrijf gaf Van Dam tips om meer grip te krijgen op PRRS. Sommige looplijnen konden slimmer gemaakt worden. Met de aanschaf van een tweede kadavercontainer kon Van Erp een gevulde bak aan de straat zetten en een schone, ontsmette terugplaatsen. ‘Ook kwamen we samen met mijn bedrijfsdierenarts op het idee om de biggenstal voor de zekerheid vrij te maken van het PRRS-virus’, licht hij toe.
‘Ondanks dat die fysiek gescheiden is van het zeugenbedrijf en we ons extra omkleden, wilden we via depop-repop PRRS terugdringen. De stal is leeggemaakt en korte tijd heb ik speenbiggen verkocht. Een bedrijf heeft de biggenstal grondig gereinigd en gedesinfecteerd met formaline. Na drogen en even leegstand zijn week op week PRRS-vrije biggen opgelegd.’
PRRS-status opvolgen
De Zoetis-varkensdierenarts adviseerde ook om stap voor stap de PRRS-status te checken en te blijven opvolgen. Zo blijkt de instroom van zijn gelten negatief te zijn voor het veldvirus. Intussen worden ook weer uitsluitend PRRS-vrije biggen geboren die dat ook blijven tot het moment van spenen op vier weken leeftijd. ‘Begin mei zijn bloedmonsters genomen van de eerste weekgroep met biggen van tien weken’, geeft Van Erp aan. ‘Dat moeten we nog een aantal keren herhalen om aan te tonen dat de biggen ook nog PRRS-vrij zijn bij afleveren.’
Hij staat op om alles waarover hij heeft gepraat in de praktijk te laten zien, loopt zijn kantoor uit en opent de deur naar de dierverblijven. Na de douchebeurt en in bedrijfskleding loopt hij naar de kraamstal. In de afdeling met hoogdragende zeugen en dieren met pasgeboren biggen heerst rust. Daarna toont hij de omgebouwde ruimte met vijftien groepshokken met dragende zeugen en gelten. De walk-in-boxen zijn bijna allemaal leeg en zeugen lijken voor pampus te liggen.
‘De voerstart is ‘s nachts en de dieren hebben hun voerportie voor deze dag al op’, legt hij uit. ‘Op de attentielijst deze ochtend stonden vier zeugen die hun voer nog niet hadden opgevreten. Met de hoknummers en het oormerknummer weet ik snel waar ik moet zijn om ze te controleren en naar de voerbox te begeleiden. En ja, de dosators moet ik nog van de voerlijnen halen.’
Buiten de zeugenstal wordt van schoeisel gewisseld om over de vuile weg naar de biggenstal te lopen. Ondertussen wijst hij ter hoogte van het laadplateau achter de kraamstal naar de shovelbak, waarmee hij de gespeende biggen vervoert naar de biggenstal. De speenbiggen worden bij die stal op een verhoogd plateau gelost en weer geladen als ze 25 kilo zijn.
Na een overal- en schoeiselwissel toont Van Erp trots zijn gezonde biggen. In de afdeling ruikt het naar voer en de luchtkwaliteit is zeer aangenaam. ‘In de putten liggen mestschuiven met een aparte gierafvoer. De gehaltes aan ammoniak en CO2 in de afdelingen blijven zeer laag, omdat de mest twee keer per dag uit de put wordt geschoven. De combiwasser op deze biggenstal hoeft de lucht nauwelijks te zuiveren.’
Bekijk meer over:
Lees ook
Meest gelezen
Blogs
Bedrijf in Beeld
Partners



