Varkenshouderij in Japan krijgt tekort niet opgevuld
De zelfvoorzieningsgraad voor varkensvlees ligt in Japan onder de 50 procent. Dat maakt het Aziatische land tot een van ‘s werelds grootste importeurs. Het is een veeleisende afzetmarkt. Japanse consumenten hechten veel waarde aan kwaliteit, smaak en gezondheid, veiligheid en traceerbaarheid.
Japan is een belangrijk importerend land wat betreft varkensvlees. Nog niet de helft van de varkensvleesconsumptie van de circa 123 miljoen Japanners is afkomstig van eigen varkenshouders. Zaken waar de Japanse varkenssector mee worstelt, zijn onder meer arbeidstekorten, de hoge leeftijd van varkensboeren, een gebrek aan bedrijfsopvolging en de hoge productiekosten van smakelijk en vet varkensvlees.
De Japanse varkenshouderij is bovendien sterk afhankelijk van de import van veevoergrondstoffen. Graan is er dubbel zo duur als in de Verenigde Staten. Omdat Japan een echt rijstland is, wordt het verbouwen van voerrijst gestimuleerd. Dat kan de voerkosten verlagen, evenals de CO2-voetafdruk van varkensvlees. Circa 35 procent van al het varkensvoer is afkomstig van verwerkte reststromen uit de humane levensmiddelenindustrie. Voedselresten van dierlijke producten zijn toegestaan, mits vooraf goed verhit of gefermenteerd.
De opbrengsten per kilo varkensvlees zijn hoog in Japan. In 2025 kreeg een varkenshouder gemiddeld 3,86 euro per kilo karkasgewicht betaald. In vergelijking met Nederlandse varkensnoteringen is dat meer dan het dubbele: Vion noteerde vorig jaar gemiddeld 1,71 euro per kilo geslacht gewicht.
Veel familiebedrijven
In de afgelopen tien jaar is de Japanse varkenssector gekrompen van bijna 5.000 naar zo’n 3.000 gespecialiseerde bedrijven met varkens. Hiervan is het merendeel een familiebedrijf, en rond de 75 procent heeft een gesloten bedrijfsvoering. In 2016 telde Japan 845.000 productieve zeugen en in 2024 waren dat 758.300 zeugen. Het aantal vleesvarkens is over dezelfde periode licht gedaald: van 7,74 miljoen naar 7,36 miljoen dieren. De gemiddelde bedrijfsomvang groeide van ruim 1.928 varkens naar 2.811 dieren.
Schaalvergroting blijft zich voortzetten en de interesse voor smart farming is groot. Opvallend is dat de jaarlijkse productie van vleesvarkens ongeveer op hetzelfde peil is gebleven: per jaar worden in Japan rond de 16,5 miljoen vleesvarkens geslacht. Een gemiddeld varkenskarkas weegt 80 kilo. Volgens de laatste cijfers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) zou Japan in 2025 zo’n 1,27 miljoen ton varkensvlees hebben geproduceerd. 1,46 miljoen ton moest geïmporteerd worden.
Lees ook: Grote verschillen in ontwikkeling varkensprijzen tussen continenten
De Verenigde Staten en Canada vullen ongeveer de helft van de importbehoefte van Japan in. Spanje was in 2024 de derde grootste leverancier van varkensvlees; Japan is na China de belangrijkste exportbestemming. Door de uitbraak van Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnen in november 2025 zijn de Spanjaarden de Japanse afzetmarkt zo goed als kwijtgeraakt.
786 miljoen euro
Volgens Eurostat was het land in 2024 goed voor 191.550 ton Spaans varkensvlees, met een totale waarde van 786 miljoen euro. Tot en met november 2025 hebben de Spanjaarden zo’n 164.700 ton varkensvlees naar Japan kunnen exporteren. In december mocht alleen Spaans varkensvlees van voor de uitbraken nog Japan binnenkomen en dat was beperkt tot ruim 1.000 ton.
Denemarken heeft in de laatste maand van 2025 aanzienlijk meer varkensvlees naar Japan gestuurd. Voor Nederland is Japan een bescheiden bestemming. Sinds de piek in 2022, met 51.000 ton aan varkensvleesproducten en een exportwaarde van bijna 169 miljoen euro, is het bergafwaarts gegaan. In 2023, 2024 en 2025 bedroeg het exportvolume respectievelijk 33.240, 23.660 en 14.180 ton.
Bekijk meer over:
Lees ook
Meest gelezen
Blogs
Bedrijf in Beeld
Partners
Stelling
Nieuws van NieuweOogst.nl


