Voer en advisering maken Keniaanse varkenshouderij kansrijk
Nu De Heus in Kenia een nieuwe voerfabriek heeft gebouwd, kunnen meer varkenshouders professioneel aan de slag. Een gebrek aan kwaliteitsvoer was namelijk de grootste hindernis voor de verdere ontwikkeling van de varkenshouderij. En het gebrek aan kennis bij de Keniaanse boeren is eveneens getackeld, met advisering over alle aspecten van het houden van varkens. De sector is kansrijk.
Kenia is een land van enkele varkens achter het huis en af en toe een professionelere, middelgrote varkenshouder met soms tot honderd varkens. Varkensbedrijven met meer dan vijfhonderd dieren zijn schaars. De varkens krijgen veelal keukenafval. Bij de middelgrote bedrijven zijn restanten van restaurants of de levensmiddelenindustrie vaak het belangrijkste ingrediënt.
Rowland Wanyama, commercieel manager bij De Heus Kenia, heeft de cijfers paraat: 'In heel Kenia lopen zo'n 650.000 varkens. 40 procent daarvan scharrelt achter het huis, bij kleinschalige boeren die voornamelijk in hun eigen onderhoud voorzien. 60 procent, dus minder dan 400.000 varkens, wordt commercieel gehouden.'
Een blik op het Keniaanse aanbod leert dat veevoer volop te koop is. Er zijn tal van aanbieders met verschillende bedrijfsnamen die varkensvoer verkopen. 'Maar de voerkwaliteit is over het algemeen heel slecht', vertelt general manager Wiehan Visagie van De Heus. 'We hebben weleens van die voeders geanalyseerd, maar er zit nauwelijks energie in. Eiwitten zijn schaars en duur, en dus vaak nauwelijks aanwezig. Gefaseerde varkensvoeders zijn al helemaal een zeldzaamheid, alleen zeugenvoerders.'
Keniaans varkensvlees profiteert van de gestegen prijzen voor rund- en geitenvlees
Toch heeft één voersoort ook voordelen, meent Visagie. 'Je kunt dan alle varkens bij elkaar laten lopen. Dat geeft veel rust in de varkensstal', verduidelijkt de general manager. Groeien op het voer doen Keniaanse biggen en vleesvarkens slecht. Het duurt soms wel acht maanden voordat de dieren 100 tot 110 kilo wegen en naar de slachterij gaan.
De vraag naar kwalitatief goed varkensvoer is groot. Zeker nu de consumptie van varkensvlees stijgt in een land waar zowel de bevolking als de economie in rap tempo groeit. 'En dat is wat wij bieden', benadrukt Visagie. 'Ons voer is wel duurder, maar het levert de varkenshouder meer winst op. Dieren eten er veel minder van, terwijl ze er harder van groeien. Met onze voeders zijn ze in vijfenhalve maand al goed op gewicht.'
In Athi River, even buiten de hoofdstad Nairobi, staat de nieuwe fabriek van De Heus. Die fabriek zal bijna 200.000 ton voer per jaar gaan produceren. Het overgrote deel (70 procent) bestaat uit pluimveevoer, 20 procent is voor melkvee en 10 procent betreft varkensvoer. Na uitbreiding met een derde voerlijn en een vierploegendienst kan de productiecapaciteit worden uitgebreid tot 240.000 ton.
Bij De Heus verwachten ze een flinke groei van de vraag naar varkensvlees, dus leveren ze niet alleen het voer, maar geven ze ook advies aan boeren. Daarvoor heeft het bedrijf dertig winkels in het Oost-Afrikaanse land. De verkopers adviseren hun klanten over het voer, maar ook over stalklimaat, bouw, management, hygiëne en alles wat bij het houden van varkens komt kijken. 'We blijven constant investeren in het trainen van de verkopers en van de elf adviseurs in het veld.'
De vraag naar praktische informatie en kennis is enorm. Wanyama schetst het voorbeeld van een seminar, waar maar liefst 120 varkenshouders bij aanwezig waren. 'Er werd een WhatsAppgroep aangemaakt, waar zich na afloop nog dagelijks geïnteresseerden bij aansloten. Ik wist niet dat het kon, maar de appgroep zit inmiddels vol. 1.300 leden hebben we. Dus hebben we een tweede groep aangemaakt.'
Het aandeel varkensvoer mag dan klein lijken, De Heus neemt hiermee wel een belangrijk deel van de markt in. Cijferman Wanyama ondersteunt dat meteen met een analyse. 'Per 2027 zal ons aandeel op de Keniaanse varkensvoermarkt zo'n 9 procent zijn en uitkomen op een afzet van 12.000 ton per jaar. Binnen drie jaar verwachten we dat bijna te verdubbelen naar 22.000 ton en groeit ons marktaandeel naar zo'n 17 procent.'
Naast kant-en-klare veevoeders levert De Heus concentraten aan de verschillende voerfabrikanten en aan varkenshouders. '60 procent van de commerciële varkenshouders mengt het eigen voer, dat voornamelijk bestaat uit sojameel, tarwezemelen en mais', licht Wanyama toe. 'De concentraten worden meestal bij ons gekocht. Wij verkopen bijna 80 ton concentraten per maand. Dat is genoeg voor omgerekend 400.000 ton voer.'
De markt voor varkensvlees zit in Kenia enorm in de lift. De prijzen van rund- en geitenvlees stijgen enorm, vanwege de toenemende export naar het Midden-Oosten. 'Een kilo rundvlees kostte een paar jaar geleden 3,30 euro, nu is dat al 5,30 euro', weet Wanyama. 'Kenianen kiezen daarom steeds vaker voor het relatief goedkope varkensvlees. Daarom neemt bij boeren de vraag naar informatie over varkens zo enorm toe.'
Afrikaanse varkenspest
Als voorbeeld haalt Wanyama de kennis over dierziekten aan. 'Afrikaanse varkenspest is hier een groot probleem, evenals parasitaire infecties en bacteriële aandoeningen', constateert hij. 'Dit komt met name door de manier van huisvesten. Varkens lopen vrij rond achter het huis, in kleine hokjes met een verdieping kippen erboven, in dichte stallen die slecht geïsoleerd zijn, maar ook in overdekte en omheinde terreinen waar ruim voldoende lucht bij kan.'
Vaak is er volgens hem ook intensief contact met andere dieren op de boerderij, of zelfs met knobbelzwijnen of bosvarkens. Daarbij komt dat de hygiëne rond de hokken vaak ronduit slecht is. Het voeren van keuken- en restafval draagt ook niet bij aan een gezonde omgeving. En het ontbreken van deugdelijk transport en goed georganiseerde slachterijen vergroot de kans op ziekte-insleep. De veterinaire infrastructuur en monitoring zijn beperkt, waardoor uitbraken van dierziekten laat worden ontdekt en moeilijk onder controle zijn te krijgen.
Ruimte genoeg
Toch is er in Kenia ruimte genoeg voor het houden van varkens op een hygiënische manier. De huisvesting hoeft in dit klimaat immers maar weinig voor te stellen, maar er zijn mogelijkheden genoeg om een stal op een afstand van andere bedrijven en bewoning te bouwen, met een hekwerk dat wilde dieren weghoudt.
De meeste varkensboeren houden een lokaal gefokt Keniaans varken. Dat is een klein, robuust en goed tegen hitte bestand dier dat weinig voer nodig heeft. Het varken is goed bestand tegen lokale ziekten, maar groeit langzaam, werpt weinig biggen en geeft een lage vleesopbrengst.
Andere varkensrassen
Toch wordt, vooral via het Keniaanse instituut voor landbouwonderzoek KALRO, steeds meer gebruikgemaakt van Large White, Deense Landras, Duroc en Hampshire. KALRO breidt haar fokprogramma's uit via trainingen om dit soort varkensrassen beter beschikbaar te maken. Het streeft naar een levering van zo'n tweeduizend fokbiggen in 2026.
Farmer's Choice is een integratie die meer dan 80 procent van de varkensmarkt in handen heeft. Dit concern heeft een eigen F1-moederlijn (Landras × Large White), die ze vervolgens kruisen met een Duroc- of Maxgro-beer. Volgens Visagie schiet de genetica in het Afrikaanse land nog flink tekort. 'Er is echt behoefte aan een goede topfokorganisatie', meent hij. 'Of het nu DanBred, Topigs Norsvin of PIC is, er ligt hier een grote markt voor hen.'
DanBred is sinds 2023 de Keniaanse markt aan het verkennen, blijkt uit een filmpje op sociale media over de levering van de eerste fokvarkens. Toch blijft volgens Visagie genetica een van de belangrijkste hindernissen voor een goed functionerende varkensketen. 'Al begon er maar één bedrijf met zeshonderd fokkerijzeugen en twaalf topberen, dat fokbiggen kan leveren aan boeren. Ook het winnen en bezorgen van sperma van goede eindberen zou een sprong voorwaarts zijn.' Zo'n fokbedrijf hoeft volgens Visagie niet veel meer dan een half miljoen euro te kosten.
Bekijk meer over:
Lees ook
Meest gelezen
Blogs

