Functionele speen is erg aantrekkelijk
Zeugen werpen grote aantallen biggen en moeten die ook zoveel mogelijk zelfstandig groot zien te brengen. Om haar biggen goed te kunnen voorzien van biest en melk heeft een zeug een goed ontwikkeld uier nodig met voldoende melkleverende spenen. Dat zijn lange, smalle tepels met een goed zichtbare sluitspier die makkelijk bereikbaar zijn voor de biggen.
Het aantal functionele spenen is een van de selectiekenmerken op het grootbrengend vermogen van zeugen. Aan het tepelfront wordt jaarlijks vooruitgang geboekt. Via fokkerij zou er 0,12 tot 0,14 speenplaats per zeug per jaar bij komen. Een ideale opfokgelt heeft volgens de huidige richtlijnen van Topigs Norsvin gemiddeld minimaal zestien functionele spenen, gelijkmatig in paren verdeeld over de uier. Binnen de zeugenstapel van een vermeerderingsbedrijf varieert het aantal goed melkleverende tepels normaliter tussen de twaalf en achttien spenen.
In de zoogperiode wordt de productie van melk voornamelijk bepaald doordat biggen aan de tepels zuigen. Wordt een productieve tepel gedurende een periode van 24 uur niet leeggezogen en begint een big er daarna weer aan te drinken, dan komt er een derde minder melk uit dan daarvoor. Wordt een tepel drie dagen niet gebruikt, dan komt de melkgift niet meer op gang en is die speen een volgende lactatieperiode minder productief. Daarom is het belangrijk om bij eersteworpszeugen minimaal net zoveel biggen te leggen als het aantal functionele spenen dat het dier heeft.
Lees ook
Meest gelezen
Blogs



