Zeugen en gelten gaan topfit de kraamstal in bij familie Essens
Het is even schakelen voor Gerry en Geert Essens als de periode voor hun overstap naar Fransen Gerrits ter sprake komt. Ze zijn gewend aan het beeld in hun stallen met gelten en zeugen die goed in conditie en fit zijn rond het werpen. Hetzelfde geldt voor de soepele levensstart van hun biggen. 'Natuurlijk zien we af en toe geboortediarree, maar we verliezen er geen biggen meer door.'
Op deze grauwe donderdagmiddag leveren de zonnepanelen op de staldaken bij het varkensbedrijf van de familie Essens in het Brabantse Gemonde geen stroom naar de twee accu's. Als Jan van Haperen en Michiel van Schaijk van veevoerbedrijf Fransen Gerrits arriveren, komen Gerry Essens en zijn zoon Geert uit de zeugenstal.
De ondernemers hebben op speendag dertien Ghanezen in hun stallen gehad. 'Zo'n drukte zijn wij en onze zeugen ondertussen wel gewend', zegt Gerry Essens. 'Elke twee weken komen Yuverta-leerlingen hier leren hoe varkens houden eraan toegaat.' Geert Essens: 'Maar nooit op maandag. Dan moeten meters worden gemaakt: biggen laden, de op vrijdag geboren biggen behandelen, bronstcontroles doen en insemineren en afdelingen schoonmaken.'
Aan de keukentafel blikken de varkenshouders samen met hun bedrijfsadviseur zeugen/biggen en nutritionist van Fransen Gerrits terug op de periode dat ze zakendoen. De aanleiding dat de bulkwagens van het veevoerbedrijf sinds eind 2021 bij Essens het erf opdraaien, kan Van Schaijk zich nog goed herinneren.
Ons record van 34,8 gespeende big per zeug per jaar wordt vast vaker verpulverd
'Tijdens pioniersgesprekken ving ik op dat de uitval in de zoogperiode te hoog was: ze verloren nogal eens biggen als gevolg van kraamstaldiarree en de problemen met het vlot op gang komen en houden van de melkproductie bij de kraamzeugen', vertelt de adviseur.
Essens: 'Nu je dat zegt, weet ik het weer: bij menig toom met gemiddeld 16,8 levend geboren biggen zag ik op zaterdag al diarree. Ook kampten frequent wat zeugen met melkziekte, waardoor de uitval voor het spenen in piekperiodes opliep tot 18 procent.'
Die situatie koppelde Van Schaijk destijds terug met Van Haperen. Snel waren beiden ervan overtuigd dat het gunstig beïnvloeden van de darmflora bij de zeugen voor een ommekeer zou zorgen. Met vezels en de juiste toepassing van hun dracht- en lactovoeders is het mogelijk om te sturen op fitte zeugen die soepel de transitieperiode doorkomen en waarbij de melkproductie vlot op gang komt.
Tijd en geduld
'De grootste klap zou te bereiken zijn met het sturen van de voeding van hun zeugen in de dracht', vertelt de nutritionist. 'De probleemcategorie weer in optimale conditie krijgen, kost wel tijd en geduld. Vooral de te vette zeugen.'
Gerry Essens schakelde toen al over van Deense genetica op die van Topigs Norsvin. Ook wisselde hij daarvoor verschillende keren van voerleverancier. 'De resultaten bleven onbevredigend, terwijl veranderingen verbeteringen moeten opleveren', stelt de zeugenhouder. 'Dus kreeg Fransen Gerrits mijn vertrouwen, ook al wist ik vooraf dat de problemen niet een-twee-drie opgelost zouden zijn.'
De voerschema's in de dracht zijn tegen het licht gehouden en die van de gelten iets naar beneden bijgesteld. De juiste vezelfracties zorgden voor een gezonde darmflora. Dat zag Essens ook aan de smeuïge mest: 'De zeugen en gelten gaan fit de kraamstal in. Door iets in totale energiewaarde (EW) terug te gaan met het lactovoer, voorkomen we te veel druk op de uiers. Het opstarten en opvoeren van hun melkfabrieken verloopt prima.'
Meten is weten
Op basis van de spekdikte bij het spenen deelt Essens zijn dieren in: te mager, goed of te vet. Dat bepaalt de voercurve die ze gaan volgen in de voerstations. 'Ter controle hebben we af en toe de spier- en spekdikte gemeten', zegt Van Schaijk. 'Op het oog kunnen de dieren goed in conditie zijn, maar als je meet, weet je zeker of er voldoende spek op de spieren zit.'
Geert Essens benadrukt het belang van het wegen van de gelten en de eerste- en tweedeworpszeugen. 'Bij het inplaatsen voor het werpen en na het spenen gaan de dieren stuk voor stuk door de weegschaal om te zien of ze binnen de geadviseerde gewichtsgrenzen zitten', licht hij toe. 'De conditie en duurzaamheid van onze zeugenstapel is zichtbaar verbeterd. Het gemiddelde worpnummer is gestegen naar 5,2.'
Geleidelijk is het stalbeeld bij Essens ten gunste veranderd. Geboortediarree komt nog af en toe voor, maar het kost volgens hem geen enkele big. Ook het aantal zeugen met melkziekte of niet goed gevulde uiers is minimaal. 'Binnenkort moet ik hier voor de tweede keer trakteren, omdat in het afgelopen kwartaal geen enkele zeug is doodgegaan', zegt Van Schaijk met een lach. 'De eerste keer bracht ik taart, omdat de uitval in de kraamstal onder de 10 procent kwam.'
De familie Essens is nu gewend aan topfitte zeugen en dat het soepel draait. Dit jaar zijn van de gemiddeld 16,5 levend geboren big per worp er 14,97 gespeend, waarvan één big door gebruik te maken van pleegzeugen. 'Dat is één big per worp meer dan vier jaar geleden', stelt Geert Essens. 'In het afgelopen jaar hebben we ons record van 34,8 big per zeug neergezet, maar dat wordt in de komende jaren vast vaker verpulverd.'
Bekijk meer over:
Lees ook
Meest gelezen
Blogs
Bedrijf in Beeld


