Arjan+Neerhof%3A+%27We+willen+de+zeug+van+de+toekomst+fokken%27
Achtergrond
© Studio Van Assendelft

Arjan Neerhof: 'We willen de zeug van de toekomst fokken'

Het fokdoel van Topigs Norsvin is tijdens de loopbaan van geneticus Arjan Neerhof veranderd van drie naar tientallen kenmerken. 'Met de vrijloopkraamhokken die op het nieuwe kernfokbedrijf Innova Canada komen, richten we ons nog meer op de toekomst. We fokken zeugen die zelf in alle bestaande en nieuwe huisvestingsvormen probleemloos grote tomen biggen grootbrengen en lang leven. Het milieu staat ook in de schijnwerpers bij het fokdoel.'

Topigs Norsvin bouwt in Canada een kernfokbedrijf met 1.600 plaatsen voor het fokken van de Z-lijn, een van de basislijnen van de TN70-zeugen. Volgend jaar komt er een nieuw berenteststation in Noorwegen om de testcapaciteit van de Norsvin Landrace en TN Duroc-beren te vergroten. Geneticus Arjan Neerhof spreekt over het belang van de keuzes die hiertoe zijn gemaakt.

Eerst nog even het milieu. Is dat een van de kenmerken in het fokdoel?

'Uiteraard, maar het bestaat uit veel kenmerken. Want het aantal biggen, de groei en de voerefficiëntie zitten altijd al in het fokdoel en het verbeteren hiervan heeft een positieve invloed op het milieu. In ons fokprogramma 'Balanced Breeding' werken we met het kenmerk Total Feed Efficiency (TFE). Dat is het totale voerverbruik in de hele keten, totdat een vleesvarken kan worden geslacht. Dus vanaf het fokken van de moeder- en vaderlijnen van de zeugen en de eindberen, de opfok, de vermeerderingszeugen tot en met de vleesvarkens zelf. Die TFE is al laag en zal verder omlaaggaan. Dit betekent ook dat de carbon footprint, de CO2-voetafdruk, van onze varkens al laag is.

'Nieuw is hierbij de stikstofefficiëntie: hoe efficiënt gebruiken de varkens de stikstof (lees: eiwit) in het voer om dit om te zetten in vlees. Een wat lastiger kenmerk om genetisch te verbeteren en in veel landen niet noodzakelijk. Mest is in de meeste landen een noodzakelijke grondstof waar ze blij mee zijn. Daar hoeft niet per se minder stikstof in te zitten. Maar efficiënt eiwit uit het voer omzetten in vlees blijft van belang.'

Goede moeders communiceren anders en zorgen dat de biggen sneller naar de uier gaan om te drinken

Arjan Neerhof, hoofd fokkerij bij Topigs Norsvin

Waarom krijgt Innova Canada vrijloopkraamhokken?

'We hebben hier al ervaring mee op de kernfokbedrijven voor de Norsvin Landrace-lijn en de eindberen in Noorwegen. Die vrijloopkraamhokken maken het wat lastiger wat betreft productieomgeving. Maar het is wel de richting waar de varkenssector naartoe gaat. Zeker in Noordwest-Europa is dat geen vraag meer. Omdat we met onze fokkerij vijf tot tien jaar vooruitlopen, is het nodig om nu al te kiezen voor vrijloopkraamhokken en de dieren te selecteren die in deze houderijvorm goed voldoen.'

Waar gaat Topigs Norsvin specifiek naar kijken?

'In een vrijloopkraamhok is de interactie tussen de zeug en haar biggen belangrijk. Sterfte van biggen door bijvoorbeeld doodliggen of -drukken, wil je voorkomen. Dus is het van belang hoe zeugen gaan liggen om de biggen te laten zogen. Laten ze zich vallen of gaat dat in alle rust, zodat de biggen de tijd krijgen om weg te lopen.

De installatie van de vrijloopkraamhokken is in volle gang.
De installatie van de vrijloopkraamhokken is in volle gang. © Vereijken Hooijer

'Goede moeders zorgen ervoor dat de biggen sneller naar de uier gaan om te drinken. Ze communiceren anders met hun biggen. Ze gaan anders liggen en hebben betere uiers waar de biggen goed bij de spenen kunnen en de spenen zijn fijner. Dat is goed voor de bigoverleving, dus voor het dierenwelzijn en het gemakkelijk werken met de zeugen. Dat is zowel in vrijloopkraamhokken als in zeugenboxen van belang. Minder sterfte is beter voor de efficiëntie. Sterfte is verlies aan voer en verslechtert de TFE.

'Ook de interactie van de zeug met de dierverzorgers telt mee. Je wilt niet dat een zeug van 300 kilo achter een verzorger aan gaat. Er zijn veel kenmerken bij betrokken. In welke mate het erfelijk is, weten we nog niet. Maar de nieuwe stal biedt kansen om het te onderzoeken. We kunnen er in ieder geval van leren.'

Hoe worden de dragende zeugen gehuisvest in Canada?

'Die komen in kleine groepen bij elkaar, want in grote groepen kunnen we het gedrag niet goed bestuderen. De zeug-zeuginteractie is ook een belangrijk kenmerk. Uit ons onderzoek is al gebleken dat sociale vleesvarkens elkaar onderling positief beïnvloeden. Dat zal bij zeugen ook zo zijn. Als er zeugen zijn die opvallen door negatief gedrag, zoals voortdurend bijten, willen we dat kunnen zien. In grote groepen lukt dat niet. De zeugen komen daarom tijdens de dracht in groepen van dertig zeugen bij elkaar. Gelten komen samen en de oudere zeugen in twee groepen op basis van onder meer conditie.'

Welke kenmerken worden nog meer meegenomen?

'We kijken onder andere naar doorligplekken op de schouders. Waar komen die vandaan? We weten al dat er een verband is tussen deze wonden en de conditie van de zeugen. Dus is het van belang om in de kraamperiode de voer- en wateropname goed te meten. Dat gaan we dan ook allemaal vastleggen. Al die informatie implementeren we in het fokprogramma.

De biggennesten krijgen nog een doorzichtig deksel.
De biggennesten krijgen nog een doorzichtig deksel. © Vereijken Hooijer

'Het geboortegewicht en de groei van de biggen in het kraamhok zitten daar natuurlijk ook al in. Het liefst wil je dat een zeug veel en zware biggen speent. Maar dat moet dan wel in balans blijven. De zeug mag er niet aan onderdoor gaan. Je wilt ook dat een zeug een lange levensduur heeft. Daarom kijken we naar veel zaken die invloed hebben op de levensduur, zoals de organen, het hart, de longen, de beenstand en de botkwaliteit.

'Op onze Delta-bedrijven in Canada en Noorwegen wordt de botkwaliteit van de beren gemeten in de CT-scanner. Specifiek kijken we dan bijvoorbeeld naar osteochondrose. Bij deze aandoening is het kraakbeen in de gewrichten aangetast, waardoor de dieren slechter lopen. Zeugen gaan dan minder staan, minder eten en vermageren. Het leidt tot verlies van het welzijn van de zeug en het versneld afvoeren en biggen die minder groeien. Beren met zo'n afwijking selecteren we dus uit voor ze naar de ki gaan.'

Waar staat Topigs Norsvin over vijf jaar?

'We willen de leider blijven in varkensgenetica en het beste product voor de varkenshouder leveren. Het mooie van Topigs Norsvin is dat de varkenshouders lid zijn van de coöperatie en meedenken met ons. We focussen op de lange termijn. Daarom wegen we al twintig jaar alle biggen op de fokbedrijven en staan er CT-scanners in Canada en Noorwegen. We blijven investeren in gebalanceerd fokken en houden continu de vinger aan de pols om te voorkomen dat het op één kenmerk te snel gaat en er ergens een ander kenmerk negatief uitpakt.'

Arjan Neerhof, hoofd fokkerij bij Topigs Norsvin
Arjan Neerhof, hoofd fokkerij bij Topigs Norsvin © Studio Van Assendelft

Arjan Neerhof, standplaats Vught
Arjan Neerhof (47 jaar) is geboren op een varkensbedrijf. Hij studeerde intensieve veehouderij en bedrijfskunde aan de HAS Dronten en daarna Animal Breeding and Genetics aan Wageningen University & Research. Sinds zijn afstuderen in 1998 werkt hij bij Topigs Norsvin in diverse functies. Eerst als breeding program manager, daarna enige tijd bij marketing als productmanager. Nu is hij als hoofd fokkerij verantwoordelijk voor het kernfokprogramma. De innovatieve fokkerijorganisatie Topigs Norsvin kent voortdurend nieuwe uitdagingen, wat zijn werk boeiend maakt.

Bekijk meer over:

Online kennissessies

Vitale Varkenshouderij

Meld je hier aan

Stelling

Loading

Weer

  • Woensdag
    10° / 3°
    50 %
  • Donderdag
    10° / 3°
    20 %
  • Vrijdag
    11° / 4°
    70 %
Meer weer