Minder+fosfaat+of+lagere+voederconversie
Nieuws
©

Minder fosfaat of lagere voederconversie

Voer met slechts 12 procent eiwit verstrekken aan vleesvarkens in het groeitraject boven de 80 kilo, gaat ten koste van de voederconversie. Maar de fosfaatexcretie per vleesvarken daalt er wel door, blijkt uit Duits onderzoek. Vleesvarkenshouders kunnen berekenen wat voor hun bedrijf het beste uitkomt.

In een aantal Duitse deelstaten - zoals Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen - is het reduceren van de fosfaatproductie belangrijker aan het worden om de mestafzetkosten te beperken, zegt onderzoeker Andrea Meyer. Mede daarom zijn op het Duitse onderzoeksinstituut Quakenbrück in Nedersaksen al meerdere onderzoeken uitgevoerd met het verlagen van het eiwitgehalte in het eindvoer van vleesvarkens. Na twee proeven met Danzucht genetica werd het derde onderzoek uitgevoerd met BHZP-genetica en een Pietrain DB77 eindbeer.

Minder eiwit


In het laatste onderzoek werd het eiwitgehalte in het voer teruggebracht tot 12 procent vanaf 80 kilo lichaamsgewicht. Alle soja was uit het voer gelaten, het eiwitgehalte werd op peil gebracht met raapschroot en tarwegluten. Er waren nog wat aminozuren nodig om de eiwitkwaliteit op het juiste niveau te krijgen.

De controlegroep in de proef kreeg een tweefasevoedering. Vanaf 32 kilo lichaamsgewicht was het eiwitgehalte in het voer 17 procent. Vanaf 65 kilo lichaamsgewicht kregen de varkens voer met 14 procent eiwit tot afleveren op 123 kilo. De vierfasevoedering begon van 32-40 kilo met 17 procent eiwit, van 40-65 kilo met 16 procent eiwit, van 65-80 kilo met 14 procent eiwit en vanaf 80-123 kilo met 12 procent eiwit.

Hogere voederconversie


De groei van de vleesvarkens verschilde nauwelijks. De vleesvarkens op tweefasevoer groeiden 1066 gram per dag, de vleesvarkens op vierfasevoer groeiden 1052 gram per dag. Meyer: “Die hoge groei komt mede door de individuele huisvesting tijdens de proef. Maar op het proefbedrijf ligt de groei gemiddeld tussen de 950 en 1000 gram.” De AutoFOM classificatie verschilde ook niet (indexpunten 1,009 en 1,008).
Wel was de voederconversie duidelijk anders. Op tweefasevoer haalden de varkens gemiddeld een voederconversie van 2,47, op vierfasevoer gemiddeld 2,57. Dat was geheel toe te schrijven aan de laatste fase met voer met 12 procent eiwit. De voederconversie liep hier op naar 3,05, tegenover 2,75 bij tweefasevoedering. Meyer: “Met 12 procent eiwit zit je duidelijk aan de ondergrens. Dat bleek ook al in de twee onderzoeken met Danzucht genetica.”

Voordeel van het lage eiwitgehalte is de lagere uitstoot van stikstof en fosfaat. Bij tweefasevoedering was de uitstoot 3,04 kg stikstof en 1,22 kg fosfaat per vleesvarken, bij vierfasevoedering was dit 2,71 kg stikstof en 1,15 kg fosfaat.

De voerkosten waren bij tweefasevoedering 62,87 euro en bij vierfasevoedering 64,60 euro per 100 kilo groei. “Dat komt door de hogere voederconversie en het toevoegen van aminozuren”, zegt Meyer. “Vleesvarkenshouders kunnen aan het rekenen wat ze het meeste oplevert: de lagere mestafzetkosten of de betere voederconversie. Dat zal in Nederland eerder doorslaan naar de mestafzetkosten omdat die nog hoger zijn dan in Duitsland.”

Stelling

Loading

Weer

  • Woensdag
    11° / 9°
    70 %
  • Donderdag
    9° / 3°
    20 %
  • Vrijdag
    9° / 8°
    70 %
Meer weer