Relatieve+voerwinst+geen+goede+maatstaf+komende+jaren
Blog
©

Relatieve voerwinst geen goede maatstaf komende jaren

Het begrip voerwinst is niet weg te denken uit de varkenshouderij. Het percentage eveneens niet. Het was en is een belangrijke parameter voor de prestaties van het bedrijf. Toch denk ik dat we hier een extra dimensie aan toe moeten gaan voegen: de absolute voerwinst.

De laatste 10 jaren was de voerwinst in de zeugenhouderij € 500. De laatste 5 jaar was dat € 560. Bij de vleesvarkens was de voerwinst de laatste 10 jaren gemiddeld € 73 en de laatste 5 jaar € 78. Het jaar 2017 zal deze gemiddelden zeker optrekken. De periode daarna is weer onzeker. Dan moet je zeker rekening houden met een mogelijk prijsdal en een periode van beneden gemiddelde cijfers.

De voerwinst per zeug en per vleesvarken liet in het verleden een trendmatige stijging zien. Bij de zeugen is dat ongeveer € 5 per zeug per jaar en bij de vleesvarkens stijgt dat met € 0,5 per varken per jaar. In de begrotingen voor de komende jaren wordt uitgegaan van een voerwinst langjarig van € 509 per zeug en € 77 per vleesvarken.

Het probleem van het voerwinstpercentage, dus het werken met de relatieve voorsprong van het bedrijf tot het gemiddelde de laatste jaren, is dat de meeste lange termijnbegrotingen niet meer rond komen. Dit komt doordat de absolute voerwinst de laatste 5 jaren lastiger vast te houden is, terwijl het gemiddelde van de sector is gestegen. Dan leidt dezelfde absolute voerwinst bij een hoger langjarig gemiddelde tot een lager voerwinstpercentage.

De absolute voorsprong van bedrijven tot het gemiddelde is daarnaast moeilijk vast te houden de laatste jaren. Een aantal jaren geleden haalde 20% van de bedrijven een voorsprong van € 150 per zeug of € 25 per vleesvarken. Momenteel is dat lastiger.

Die voorsprong betekende voorheen op gemiddeld € 500 per zeug of € 73 per vleesvarken een voerwinstpercentage van 130%. Bij gemiddelde voerwinsten dit jaar van € 949 per zeug en € 98 per vleesvarken (laatste uitgave prognose DLV Advies), komt een bedrijf dat het lukt om die € 150 en die € 25 voorsprong in 2017 vast te houden, dit jaar op 115% bij de zeugen en 125% bij de vleesvarkens. Als je bij begrotingen uitgaat van 115% op de langjarige voerwinst van € 509 per zeug, dan reken je met € 585 voerwinst voor de lange termijn. En daar ga je niet veel begrotingen mee rond rekenen.

Ik ga dan nog voorbij aan het feit dat de laatste jaren de voerwinst per zeug en per vleesvarken al boven de KWIN uitgangspunten hebben gelegen en dat de trend stijgende is.

De standaard begrotingsmodellen zullen dus voor de komende jaren vernieuwd moeten worden om recht te doen aan de werkelijke voerwinstverwachting voor de komende jaren.

Ik zie een aantal opties. Werk met een absolute voerwinstvoorsprong op het gemiddelde en projecteer die op de toekomstverwachting. Of werk met een hogere sectorvoerwinst voor de komende jaren, maar met het lagere percentage voorsprong gebaseerd op de hogere afgelopen voerwinstjaren. En zo zijn er vast nog meer te bedenken.

Het is aan de ondernemer om aan te tonen welke absolute afstand tot het gemiddelde hij zal halen, dan wel uit te leggen aan zijn financiers welke absolute voerwinst hij zal halen. Reken er op dat de basismodellen die werken met de relatieve voerwinst het beeld van de sector en het bedrijf erg negatief gaan maken. Voor investeringsbeslissingen is dat erg remmend. Ook voor discussies over continuïteit gaat dit echter een belangrijke rol spelen en dan ontneem je bedrijven een kans op continuïteit gebaseerd op een hele discutabele benadering.

Een goed financieel jaar in de sector is mooi, maar waar je voor een aantal jaar aflossingsruimte in het voren hebt verdiend zou het beeld van de toekomst zomaar eens negatief kunnen worden.

Paul Bens
Directeur DLV Advies

Stelling

Loading

Weer

  • Woensdag
    11° / 9°
    70 %
  • Donderdag
    9° / 3°
    20 %
  • Vrijdag
    9° / 8°
    70 %
Meer weer