Minder fosfaat uit beren

De fosfaatuitscheiding van beren is ruim 20 procent lager dan die van borgen, blijkt uit onderzoek van Schothorst Feed Research. Dit komt onder meer doordat beren meer fosfaat vastleggen. De forfaitaire norm voor P-afvoer via dieren zou voor beren dan ook hoger moeten zijn, is het advies.

Dat er verschillen zouden zijn tussen borgen en gelten was te verwachten, zegt clusterleider varkensvoeding Rosemarijn Gerritsen: “Maar dat de verschillen zo groot zou zijn, hadden we niet verwacht. Bij een gelijk geslacht gewicht bevat het lichaam van beren ruim vijf procent meer fosfaat.”

Verschillen verklaard

Bekend was al dat beren een betere voederconversie hebben, waardoor ze minder fosfaat opnemen. Daarnaast leggen ze dus ook meer fosfaat vast in hun lichaam. Het verschil in vastlegging wordt voor een belangrijk deel verklaard doordat beren een hoger vleespercentage hebben.

Daarnaast leggen ’berenbotten’ volgens de onderzoekers meer fosfaat vast, omdat het hormoon testosteron de botgroei beïnvloedt. De botten van beren zijn eerder volgroeid en de mineralenafzet in het bot wordt gestimuleerd, waardoor de dichtheid toeneemt.

Forfaitaire norm kan omhoog

Uiteindelijk is de fosfaatuitscheiding per afgeleverde beer meer dan 20 procent lager dan die van een borg. Een beer legt 70 gram fosfaat meer vast dan een borg. Een berenmester voert dus via afvoer van dieren meer fosfaat af dan iemand die borgen mest. In de huidige forfaitaire normen wordt daar geen rekening mee gehouden. De norm zou voor bedrijven die beren mesten dus hoger moeten zijn, adviseert Schothorst Feed Research.

Lees ook

Online kennissessies

Vitale Varkenshouderij

Meld je hier aan

Stelling

Loading

Weer

  • Woensdag
    11° / 9°
    70 %
  • Donderdag
    9° / 3°
    20 %
  • Vrijdag
    9° / 8°
    70 %
Meer weer