Boeren krijgen meer tijd voor mestadministratie
Het kabinet wil enkele technische wijzigingen aanbrengen in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. De aanpassingen gaan over de mestadministratie, mestopslag en de export van mest. Over de plannen loopt momenteel een openbare raadpleging.
Volgens het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur moeten de wijzigingen de controle op meststromen versterken. Ook moeten ze de administratieve processen beter op elkaar laten aansluiten en zorgen voor een betere berekening van mestvoorraden.
Een van de aanpassingen betreft de aanlevertermijnen voor gegevens. Landbouwers krijgen meer tijd om hun Aanvullende gegevens landbouwer (AGL) in te dienen. De deadline verschuift van 1 februari naar 14 februari. Ook voor het melden van een fosfaatverrekening geldt voortaan een ruimere termijn. Deze melding hoeft niet meer uiterlijk 31 december van het betreffende jaar binnen te zijn, maar kan tot en met 14 februari van het daaropvolgende jaar worden gedaan.
Met de aangepaste termijnen sluiten deze verplichtingen aan op de deadline voor het opstellen van het bemestingsplan. Volgens het ministerie vermindert dit de versnippering van de administratie. Boeren en adviseurs kunnen de benodigde handelingen daardoor in één keer uitvoeren.
Informatieplicht
Verder komt er een nieuwe informatieplicht. Boeren moeten voortaan jaarlijks naast hun aanwezige mestvoorraad ook de maximale opslagcapaciteit van hun mestopslagen doorgeven. Daarbij moeten ze onderscheid maken naar mestsoort en mestcode. De gegevens worden via de AGL aangeleverd.
De overheid wil hiermee beter zicht krijgen op de beschikbare opslagcapaciteit en het daadwerkelijke gebruik daarvan. Dit moet de handhaving door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) verbeteren.
Registratienummer Duitse afnemer verplicht
Ook voor de export van mest naar Duitsland verandert er iets. Bedrijven die mest vervoeren naar de Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen, Saksen-Anhalt en Rijnland-Palts moeten bij de voormelding van een transport voortaan het officiële bedrijfs- of registratienummer van de Duitse afnemer opgeven. Met deze verplichting kunnen de Nederlandse en Duitse autoriteiten beter nagaan of de mest daadwerkelijk bij een geregistreerde afnemer wordt afgeleverd.
Daarnaast verandert de manier waarop mestvoorraden worden berekend. Voor zowel de beginvoorraad als de eindvoorraad moeten dezelfde analysegegevens uit het voorafgaande kalenderjaar worden gebruikt. Ook wordt vastgelegd dat het gewicht van de beginvoorraad overeen moet komen met het gewicht van de eindvoorraad van het voorgaande jaar. Volgens het ministerie maakt dit de berekening van de mestplaatsingsruimte voorspelbaarder en beter uitlegbaar.
De openbare raadpleging staat open voor reacties.
Bekijk meer over:
Lees ook
Meest gelezen
Blogs
Bedrijf in Beeld
Partners
Stelling
Nieuws van NieuweOogst.nl



