Darmbacterie Clostridioides difficile vaker oorzaak van kraamstaldiarree dan colibacterie
De E. colibacterie is de bekendste veroorzaker van diarree bij biggen in het kraamhok. Maar de bacterie Clostridioides difficile komt nog vaker voor. Omdat deze bacterie lastiger te vinden is, wordt die regelmatig over het hoofd gezien en ‘vergeten’ bij de aanpak van kraamstaldiarree. Dit terwijl een dag diarree bij een big minstens een week groeiachterstand betekent.
Clostridioides difficile, kortweg C.difficile, aantonen is lastig omdat dit een anaerobe bacterie is. Dit betekent dat deze bacterie alleen kan leven en zich kan vermeerderen als er geen zuurstof in de buurt is.
De meeste varkens en zeugen hebben C.difficile in hun darmen, een zuurstofloze omgeving, maar bij deze oudere dieren veroorzaakt de bacterie vrijwel nooit problemen. Daarnaast zit de bacterie vaak in de omgeving en is die goed bestand tegen schoonmaken en ontsmetten. Dat komt omdat de darmbacterie sporen vormt.
Jonge biggen hebben nog geen goed ontwikkeld en stabiel darmmicrobioom. Een besmetting met C.difficile kan daarom leiden tot een heftige gele diarree, die een of meer dagen aanhoudt en tot 16 procent uitval kan veroorzaken.
Mestmonsters zuurstofloos
Het probleem is om aan te tonen dat C.difficile diarree bij biggen veroorzaakt. Mestmonsters mogen niet meer in aanraking komen met zuurstof. Anders kan C.difficile zich niet vermeerderen tijdens het kweken van het monster in het laboratorium.
‘Andere diarreeveroorzakers, zoals de E. colibacterie, worden dan wel gevonden’, zegt technical services manager Eric van Esch van HIPRA. ‘De diagnose komt dan uit op E. coli als oorzaak, terwijl de werkelijke oorzaak C.difficile kan zijn.’
Om de bacterie te kunnen vinden, heeft HIPRA de Enterocheck Plus ontwikkeld. Die speurt met een PCR-test naar de genetische informatie van de verschillende bacteriën en virussen in het monster. ‘Bij de Enterocheck Plus vinden we bijna altijd C.difficile. Veel vaker dan de E. colibacterie of het rotavirus’, vertelt Van Esch.
Lees ook: Met ongericht onderzoek is oorzaak diarree bij biggen te vinden
In de jaren 2022 tot en met 2024 heeft HIPRA met de Enterocheck Plus C.difficile in 76 tot 100 procent van de onderzochte monsters gevonden, veel vaker dan de colibacterie. Dat geldt ook voor Clostridium perfringens, het zusje van C.difficile. ‘Dit onderzoek toont aan dat C.difficile als oorzaak van diarree bij de biggen in het kraamhok wordt onderschat’, zegt de technical services manager.
Mogelijke veroorzaker meenemen
Het betekent volgens Van Esch dat bij het zoeken naar de oorzaak van diarree bij de zogende biggen C.difficile niet vergeten mag worden als mogelijke oorzaak.
De bacterie veroorzaakt doorgaans diarree in de eerste levensweek, maar dat kan ook nog tot een leeftijd van veertien dagen. Het is niet de bacterie zelf die voor de diarree zorgt, maar het zijn de toxines, de gifstoffen, die de bacterie produceert. Die toxines beschadigen de darmwand van de big, waardoor die diarree krijgt en geen voedingsstoffen meer opneemt.
Door de diarree lopen de dieren een flinke groeiachterstand op. Een dag diarree kost een week groei. Zo lang heeft een big nodig voor het herstel van beschadigde darmen. Een groeiachterstand die een big heeft opgelopen, is niet meer in te halen. Het dier zal nooit de maximale prestaties kunnen leveren die haalbaar zouden moeten zijn, gezien zijn genetische aanleg.
Daarnaast kan de uitval bij ernstige diarree door C.difficile oplopen tot 16 procent. Biggen met diarree hebben vaak een antibioticabehandeling nodig en elektrolyten om het vochttekort aan te vullen. Bovendien stijgen arbeidskosten door de behandeling en de extra aandacht voor de biggen met diarree.
Aanpak C.difficile lastig
Een lastig punt van C.difficile is dat het sporen vormt en daardoor goed bestand is tegen schoonmaak- en ontsmettingsmiddelen. Desondanks blijft het volgens Van Esch essentieel om de kraamstal na iedere ronde goed te reinigen en te ontsmetten. ‘Anders blijven er te veel sporen achter en krijg je een hoge infectiedruk. Dit vergroot de kans dat de biggen diarree krijgen en dat de antistoffen die ze via de biest krijgen onvoldoende bescherming bieden.’
Zeugen zijn doorgaans drager van C.difficile en kunnen de biggen al in het geboortekanaal besmetten of na de geboorte via de mest. De biggen moeten dus via de biest een hoog niveau aan antistoffen tegen C.difficile krijgen.
Lees ook: Diagnostiek is het fundament voor verbeteren gezondheid
Diarree voorkomen vraagt om een aanpak op meerdere fronten. Hygiëne zodat er niet alleen weinig C.difficile aanwezig is, maar ook andere bacteriën en virussen die diarree kunnen veroorzaken. Een goed stalklimaat, biestmanagement en de zeugen vaccineren om te zorgen dat de biest de juiste antistoffen bevat.
‘Zeugen vaccineren tegen C.difficile is dus wel degelijk nodig’, stelt Van Esch. ‘Omdat we zien dat Clostridium perfringens vrijwel altijd tegelijk met C.difficile voorkomt, bieden wij een vaccin, Suiseng Diff/A, dat tegen beide bacteriën beschermt.’
De technical services manager adviseert gelten en zeugen tweemaal te vaccineren tijdens de dracht en dat iedere volgende dracht te herhalen. ‘Suiseng Diff/A kan ook in combinatie met Suiseng Coli/C toegediend worden. Op die manier krijgen de biggen via de biest een brede bescherming tegen kraamhokdiarree.’
Nieuwe naam voor oude lastige diarreeverwekker
Van Clostridium-diarree hebben veel zeugenhouders wel eens gehoord of ze hebben het meegemaakt bij de biggen in het kraamhok. Het is vaak een heftige vorm met gele diarree bij doorgaans pasgeboren biggen. Sinds enkele jaren heet Clostridium difficile officieel Clostridioides difficile.
Om de bacterie te kunnen identificeren, heeft HIPRA de Enterocheck Plus ontwikkeld. Die traceert via PCR de genetische informatie van bacteriën en virussen in het monster. Uit deze onderzoeken blijkt dat Clostridioides difficile vaak de oorzaak is van kraamstaldiarree.
Bekijk meer over:
Lees ook
Meest gelezen
Blogs
Bedrijf in Beeld
Partners
Stelling
Nieuws van NieuweOogst.nl


