Kosten die de kassabon niet halen

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) is een onafhankelijke toezichthouder die de vrijheid heeft om te beoordelen of samenwerkingsinitiatieven op het gebied van duurzaamheid mogen onder de mededingingsregels. Waar mogelijk geeft de ACM voor specifieke omstandigheden van concrete gevallen inzicht in de wijze waarop zij haar wettelijke taken uitvoert. Ten aanzien van de inkoopvoorwaarden van supermarkten over de ‘Kip van Morgen’ geeft de ACM dat inzicht. Op zich een goede zaak dat ze dit inzicht wil geven. Vervolgens is wel de vraag wat we in dit concrete geval van haar werkwijze en resultaten moeten vinden.

De ACM concludeert in ferme woorden dat de inkoopvoorwaarden van de ‘Kip van Morgen’ niet voldoen aan de vrijstellingscriteria van de wet op de mededinging. Het levert netto geen voordeel op voor de consument: het door de ACM berekende voordeel van 0,82 cent (per kilo kipfilet) weegt niet op tegen de berekende extra kosten van 1,46 euro (per kilo kipfilet). De ACM vindt dat de voordelen van deze afspraken moeten opwegen tegen de nadelen. De extra productiekosten die de afspraken met zich mee brengen en die worden doorberekend aan de consument, moeten worden afgezet tegen de bereidheid van de consument een hogere winkelprijs te betalen voor deze afspraken.

Hier is al direct het eerste discussiepunt. Is dit wel een juist criterium? Bij verduurzamen gaat het om het wegnemen van zogenaamde verborgen kosten, oftewel kosten die vandaag de kassabon niet halen, maar waar consumenten in de toekomst en burgers elders de rekening voor gepresenteerd krijgen. Het gaat om meer dan de betalingsbereidheid van de consument van nu. Het gaat ook om het tegengaan van afwenteling van kosten naar de consument van morgen en burgers elders. Los daarvan is de hiervoor gebruikte discutabele ‘willingness to pay’-methode toegepast zonder enige melding over de onzekerheid van de resultaten waarop de conclusies zijn gebaseerd.

Dan het tweede discussiepunt: de extra productiekosten zijn berekend op 22,2 cent per kilo. De ACM rekent deze 22,2 eurocent om naar de 16 procent kipfilet en 95 procent marktaandeel van de Nederlandse retail. Dan komt men uit op 1,46 euro kosten per kilo kipfilet die volgens de ACM aan de Nederlandse supermarktklant in rekening moeten worden gebracht. Waarom moet de Nederlandse consument betalen voor extra kosten die verbonden zijn aan het consumeren van pluimveevlees door buitenlandse consumenten? Die zouden in de visie van de ACM dan toch in de prijs van die buitenlandse consumenten moeten worden gecorrigeerd? Anders gezegd: waarom is niet gerekend met 22,2 cent?

Tot slot spelen de gevolgen voor de internationale concurrentieverhoudingen een belangrijke rol. Nederland is geen kaasstolp; een groot deel van de landbouwproductie wordt voor het merendeel op exportmarkten worden afgezet.

In haar marktvisie over de landbouw en de levensmiddelensector schrijft de ACM dat samenwerking aan de inkoopkant is toegestaan, zolang de onderlinge concurrentie aan de verkoopkant voldoende sterk blijft zodat inkoopvoordelen worden doorgegeven aan de consument, dan wel aan de vrijstellingscriteria is voldaan. De hamvraag is of de afspraken over de ‘Kip van Morgen’ hier in passen. De ACM is er niet in geslaagd mij dit inzicht te geven en heeft ook niet verwezen naar de internationale dimensie van dit onderwerp.

Goed rekenen is een kunst, goed nadenken ook!

Gé Backus,
Directeur Connecting Agri & Food 

Online kennissessies

Vitale Varkenshouderij

Meld je hier aan

Stelling

Loading

Weer

  • Woensdag
    11° / 9°
    70 %
  • Donderdag
    9° / 3°
    20 %
  • Vrijdag
    9° / 8°
    70 %
Meer weer