Circo en PIA opsporen in mest

Tegenvallende prestaties zonder duidelijke klinische verschijnselen kunnen meerdere oorzaken hebben. Om te bepalen of circo of PIA de oorzaak is, kan de kwantitatieve PCR (Q-PCR) een goed hulpmiddel zijn, vinden Godfried Groenland, dierenarts bij De Heus en Victor Geurts, dierenarts bij MSD.
Groenland heeft op drie praktijkbedrijven mest onderzocht met behulp van de Q-PCR test op Lawsonia intracellularis (PIA) en PCV2 (Circo). Hij keek vooral naar de gevolgen van de besmettingen op technisch gebied en de verschillen tussen bedrijven. De Q-PCR liet duidelijk zien dat er bij opleg van de biggen flinke verschillen waren. Op een vleesvarkensbedrijf lag de besmetting met zowel PIA als Circo duidelijk lager, dan op de beide andere bedrijven. Echter vijf weken later was dat op het bedrijf met de lage besmettingsgraad fors hoger en wel over alle hokken verdeeld.

Groeidip van 61 gram per dag
De proef laat zien wat er gebeurt als varkens al direct na opleg te maken hebben met PIA. De groei neemt bijna 80 gram per dag af in de eerste vijf weken. In de weken daarna is de groeivertraging bijna 100 gram per dag en in de laatste vijf weken voor het afleveren met 27gram per dag. Bij een PIA-probleem in de eerste vijf weken na opleg daalt de groei gemiddeld met 61 gram per dag.
Bij een Circo-besmetting is een vergelijkbare trend te zien: over het hele traject groeit een varken gemiddeld 27 gram per dag minder.
Groenland gaat binnenkort verder met onderzoek naar het effect van een besmetting met PIA. Hij onderzoekt dan de effecten van het nieuw te registreren Lawsonia vaccin van MSD-AH en het speciaal ontwikkelde voer om PIA te voorkomen.

Betrouwbaar
De betrouwbaarheid van de Q-PCR-test op mest werd vastgesteld door tegelijkertijd ook bloedmonsters te nemen. Q-PCR werd uitgevoerd door GD Deventer, de bloedmonsters werden bij MSD onderzocht. Geurts constateert dat de Q-PCR op mest een goede methode is om groeiremming door Lawsonia betrouwbaar vast te stellen. Het is in zijn ogen juist een betere test dan bloedonderzoek op antistoffen, waarbij de relatie met een slechte groei niet direct te leggen is. “Als je antistoffen vindt, weet je wel dat het varken een keer met de kiem in contact is gekomen, maar weet je niet zeker dat dit ook de oorzaak is van de slechte groei. De Q-PCR in mest geeft wel een goede indicatie." Voor Circo-infecties geeft de Q-PCR voor zowel mest als bloed volgens hem een duidelijke indicatie, dat deze infectie mogelijk verantwoordelijk is voor mindere groei.

Andere factoren ook meenemen
Een groeiachterstand zonder duidelijke klinische symptomen bij varkens kan veel oorzaken hebben. “Je moet naast PIA en Circo ook kijken naar een mogelijke besmetting met wormen, PRRS, maagzweren, Salmonella en Brachyspira die ook veel voorkomen op varkensbedrijven in Nederland”, benadrukt Geurts. “Klimaat, voer, aantal voerplaatsen, stalbezetting en andere bedrijfsfactoren kunnen ook meespelen. Met de Q-PCR en ResPig kun je dan uitsluiten of een ziekte een probleem vormt. Dat maakt een verantwoorde keuze van de juiste therapie, zoals een eventuele vaccinatie veel makkelijker.”
 

Lees ook

Stelling

Loading

Weer

  • Woensdag
    11° / 9°
    70 %
  • Donderdag
    9° / 3°
    20 %
  • Vrijdag
    9° / 8°
    70 %
Meer weer