%E2%80%98Van+elke+voerproef+bij+de+varkens+steek+ik+wat+nieuws+op%E2%80%99
Nieuws
© Studio Van Assendelft

‘Van elke voerproef bij de varkens steek ik wat nieuws op’

De varkenstak op onderzoeksbedrijf Laverdonk beweegt mee met de gangbare varkenshouderij. ‘Onderscheidend is het gebruik van individuele dierherkenning, weegplateaus, sensoren, camera’s, en het aantal en de maatvoering van de voersilo’s voor het uitvoeren van voerproeven’, vertelt Wilco Verkuijlen.


Extra werkzaamheden en waarnemingen doen, vergen volgens Verkuijlen continue aandacht en scherpte. ‘Telkens leer ik weer wat bij. Eigen inbreng en vernieuwing worden hier gewaardeerd.’



Verkuijlen is al bijna dertig jaar een vertrouwd gezicht op Laverdonk in het Noord-Brabantse Heeswijk-Dinther. Na zijn mas-opleiding werkte de inwoner van Erp eerst enkele jaren op een zeugenbedrijf. In 1997 startte hij als verzorger van biggen en vleesvarkens. Later switchte hij naar pluimvee en rosévleeskalveren en nu is hij verantwoordelijk voor de gang van zaken bij de zeugen.



‘Het secuur uitvoeren van diverse werkzaamheden voor uiteenlopende voedingsproeven en de contacten met de onderzoekers maken mijn werk aantrekkelijk’, stelt Verkuijlen. ‘Net als het blijven innoveren en bedenken van technische oplossingen.’


Hoe ziet de varkenstak eruit?



‘Het is een bijna gesloten varkensbedrijf met 130 zeugen en 1.100 vleesvarkens in een driewekensysteem. Dekrijpe fokgelten kopen we aan en gaan minimaal zes weken in quarantaine. Drachtige zeugen gaan in een dynamische groep met voerstations. De kraamhokken zijn gangbaar, maar wel uitgerust met een beweegbare vloer om biggenlevens te redden. Via individuele dierherkenning leggen we per varken gegevens en metingen automatisch vast.’


Zijn er bijzonderheden?



‘Ingrepen als castreren van de beerbiggen en het couperen van staarten doen we niet. We hebben ruim drie jaar aan kennis en ervaring met lange staarten. Observeren van het gedrag van de varkens en doelgericht maatregelen nemen, zijn cruciaal om de kritieke periodes in het jaar voor het ontstaan van bijtgedrag goed door te komen. Dat is een continu leerproces dat voor elk varkensbedrijf wat anders zal verlopen.’


Welke ontwikkeling valt u op?



‘De productiviteitsverbetering. Toen ik hier begon, speenden we rond de 21 biggen per zeug per jaar. Momenteel zijn dat bijna 37 gespeende biggen. Gelten werden toen goedgekeurd met 12 goede spenen, nu hebben ze soms wel 18 functionele spenen. De groei van de vleesvarkens lag tussen de 700 en 750 gram per dag, nu realiseren we gemiddeld 1.100 gram.



‘De voeding is mee ontwikkeld met de genetica. Als iemand mij destijds had gezegd dat de varkenshouderij drie decennia later zulke prestaties zou leveren, had ik die persoon voor gek verklaard.’


Wie kloppen aan voor onderzoek?



‘We voeren voornamelijk voedingsonderzoek uit voor onze eigen bedrijven: Agrifirm, Nuscience en Hamlet Protein. Dat doen we ook voor de universiteiten in Wageningen en Utrecht, en andere externe partners. Meten en scoren van talloze parameters gebeurt op een diervriendelijke, niet-invasieve wijze. Waarom zou je bloedmonsters nemen als het ook met speeksel kan?’


Waar steken jullie veel energie in?



‘De betrouwbaarheid van onderzoeken en data. Zakgoed is nagenoeg verdwenen en proefvoeders zitten in minisilo’s. Afgewogen porties biggenvoeders worden met een Spotmix-voersysteem restloos naar de voerbakken in de biggenstal geblazen. Bij de zeugen en vleesvarkens zorgt een computergestuurde droogvoerinstallatie voor de juiste voergift.’



‘Secuur instellen van de voercurves en wekelijks de installatie kalibreren zijn essentieel bij het uitvoeren van voerproeven. Het wegen van pasgeboren biggen gebeurt standaard en voor bepaalde proeven hebben we dat ook dagelijks moeten doen tussen dag 3 en dag 8 na de geboorte. Alle diergegevens worden opgeslagen in ons eigen Lavis-datasysteem.’


Volgen jullie de conditie van de zeugen op de voet?



‘In de drachtstal wordt de gewichtsontwikkeling van de zeugen continu gevolgd aan de hand van weegplateaus bij de voerstations. Bij het in- en uit de kraamstal plaatsen wegen we elke zeug. Van elke zeug kennen we de voeropname in de gehele cyclus.’


Wat levert zeugen goed voeren op?



‘Tomen met 17,2 vitale biggen die bij de geboorte gemiddeld 1.400 gram wegen. Een proef met lactovoeders met verschillende aminozuurpatronen, gericht op een betere biest- en melkproductie, liet zien dat biggen in de eerste levensdagen dagelijks circa 10 procent van hun geboortegewicht groeiden. Zulke inzichten pik je op als je op een onderzoeksbedrijf werkt.’


Is Laverdonk op de praktijk gericht?



‘Jazeker. Onze zeugengenetica is een afspiegeling van de Nederlandse markt. Bij de eindbeerkeuze bewegen we ook met de markt mee. We hebben voedingsproeven gedaan met verschillende Duroc-genetica en nu is TN Tempo de standaard.’


U krijgt ruimte om te innoveren. Heeft u voorbeelden?



‘Het gaat vooral om het meedenken over praktische en technische oplossingen binnen lopende onderzoeken. Dat kan gaan om aanpassingen in stalsystemen, andere manieren van voeren of het slimmer inzetten van bestaande technieken.’



‘Dat heb ik gedaan bij het frisseneuzensysteem in onze kraamstal, vochtige bijproducten in biggenvoeders bijmengen voor een onderzoek en het ontwikkelen van een luzerneruif voor drachtige zeugen. Voor het vullen ervan hebben we het Spotmix-voersysteem van de biggen ingezet. Ruiven worden nu meerdere keren per dag automatisch bijgevuld.’


Stelling

Loading

Weer

  • Zaterdag
    13° / 10°
    100 %
  • Zondag
    13° / 9°
    100 %
  • Maandag
    12° / 8°
    65 %
Meer weer